De Republik Deutschösterreich (Republiek Duits-Oostenrijk) was van 1918 tot 1919 de opvolger van Oostenrijkse deel van Oostenrijk-Hongarije en de voorloper van de Republiek Oostenrijk.
Uitroepen van de republiek
Met het ineenstorten van het oude keizerrijk Oostenrijk-Hongarije werd op
21 oktober 1918 door de vertegenwoordigers van de Duits-georiënteerde parlementsleden een
voorlopige nationale vergadering gekozen. Dit gebeurde op
21 oktober 1918. Onder de betrokken parlementsleden waren ook
Sudetenduitsers,
Zuid-Tirolers en inwoners van
Zuid-Stiermarken. Zij kozen de vertegenwoordiger van de grootste fractie,
Franz Dinghofer, tot president. Staatskanselier werd de sociaal-domocraat
Karl Renner.
Deutschösterreich_postzegel.jpg
Op 11 november 1918 verklaarde keizer Karel I geen deel meer te zullen nemen aan staatsaangelegenheden. Hij trad dus niet af en vertrok met zijn gezin naar Zwitserland. De voorlopige nationale vergadering nam de volgende dag, met beroep op het Zelfbestemmingsrecht van Volken, de Wet op de Staats- en Regeringsvorm van Deutschösterreich aan te nemen. De nieuwe republiek was 118.311 km² groot en had 10,37 miljoen inwoners. De oprichtingswet bestond uit twee artikelen. Het eerste omschreef de nieuwe staat als democratisch en geweldloos. Het tweede artikel verklaarde dat Deutschösterreich onderdeel vormde van de Duitse Republiek.
Provincies
Bij wet van
22 november 1918 legde de nationale vergadering de volgende provincies vast, waarbij de meerderheid van de bevolking
Duitstalig was. Het voormalige kroonland Tirol-Vorarlberg werd gesplitst, omdat een groot gedeelte van de bevolking in eerste instantie liever bij
Zwitserland wilde horen.
- Oberösterreich, 15.162 km², 1,03 miljoen inwoners, voorheen "Österreich ob der Enns" (zonder Duits Zuid-Bohemen), 99,7% Duitstalig, 0,2% Tsjechisch.
- Niederösterreich, 22.048 km², 3,72 miljoen inwoners, voorheen "Österreich unter der Enns", 95,5% Duitstalig, 3,7% Tsjechisch, 0,1% anderstalig.
- Deutschböhmen, 14.496 km², 2,23 miljoen inwoners waarvan 2,07 miljoen Duitsers en 116.275 Tsjechen.
- Sudetenland, 6534 km², 678.880 inwoners waarvan 643.804 Duitsers, 25.028 Tsjechen en 5200 Polen.
- Steiermark, 22.426 km², 1,44 miljoen inwoners, waarvan 70,5% Duitsers en 29,5% Slovenen.
- Salzburg, 7153 km², 214.997 inwoners, waarvan 99,7% Duitsers.
- Kärnten, 10.327 km², 394.735 inwoners, waarvan 78,6% Duitsers en 21,4% Slovenen.
- Deutschtirol, 20.047 km², 1,09 miljoen inwoners, waarvan 839.000 Duitsers, 20.000 Ladiner en 3000 Italianen.
- Vorarlberg, 2602 km², 145.794 inwoners, waarvan 95% Duitsers en 5% Italianen.
Daarnaast werden drie taal-enclaves toegevoegd aan de nieuwe staat die gelegen waren in Bohemen. In deze gebieden woonden 155.700 Duitsers en 66.600 Tsjechen.
- Iglau (Jihlava)
- Olmütz (Olomouc)
- Brünn (Brno)
Het gebied wat nu bekend staat als Burgenland hoorde in eerste instantie niet bij het nieuwe Oostenrijk. Hier werden echter enkele bloedige grensconflicten uitgevochten. Uiteindelijk besloot de bevolking dat ze bij Oostenrijk wilden horen in plaats van bij Hongarije.
Verdrag van Saint-Germain
Op
10 september 1919 tekende staatskanselier
Karl Renner het
Verdrag van Saint-Germain. Deze hielden o.a. de vaststelling van de staatsgrenzen vast en een verbod tot het samenvoegen van Oostenrijk en Duitsland. Ook de naam
Deutschösterreich werd niet toegestaan. Op
21 oktober werd het verdrag door de volksvertegenwoordiging in
Wenen geratificeerd en werd de staatsinrichting aangepast. De
Republiek Oostenrijk ontstond. Oostenrijk kon conform het verdrag geen aanspraak meer maken op grote delen van het grondgebied, die aan nieuwe staten als
Tsjechoslowakije,
Hongarije,
Joegoslavië en
Italië werden gegeven.
Zie ook
Geschiedenis van Oostenrijk | Geschiedenis van Tsjechië
Deutschösterreich