RembrandtNightwatch.jpg]]
De Nachtwacht is de naam die het grote publiek geeft aan het bekendste schilderij van Rembrandt van Rijn. Rembrandt schilderde het van 1640 tot 1642. De officiële naam luidt: ''De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren.
Het werk en zijn achtergrond
De schutterstukken uit die tijd kwamen vaak stijfjes over. Rembrandt schilderde echter een doek vol actie. Kapitein
Frans Banning Cocq geeft zijn luitenant
Willem van Ruytenburgh een wenk; de schutters demonstreren het vullen van een
musket met
kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (de man achter Frans Banning Cocq), en het schoonblazen van een musket (de man achter de linkerschouder van Willem van Ruytenburgh); de tamboer staat klaar om een roffel in te zetten; sommige schutters zijn in een druk gesprek verwikkeld en lijken niet in de gaten te hebben dat ze worden geschilderd. Het geheel wekt de indruk van een momentopname - zeer ongewoon voor die tijd.
Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, en zo kreeg het in de 18e eeuw als bijnaam de Nachtwacht.
De compagnie van Frans Banning Cocq was een van de schutterscompagnieën van Amsterdam. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadswijk in Amsterdam zo'n compagnie, die was onderverdeeld in vier korporaalschappen. De schutterscompagnieën waren met de verdediging van de stad belast. Aan het hoofd van elke compagnie stonden een kapitein, en diens plaatsvervangende luitenant. Verder kende elke compagnie een vaandeldrager.
In 1638 besloot een groep schutters zichzelf te laten vereeuwigen door hun stadgenoot Rembrandt van Rijn die aan de Breestraat woonde, niet ver van de schuttersdoelen. De tamboer werd toegevoegd en hoefde niet mee te betalen. Verder schilderde Rembrandt er onder meer nog een meisje bij. Aan haar ceintuur hangt een dode kip. De klauwen hiervan symboliseren de naam van de schutters: klauweniers, of eigenlijk kloveniers, een woord dat aan het Franse coulevrine is ontleend en een voorloper van het musket aanduidt.
Rembrandt heeft het enorme doek waarschijnlijk in een galerij op de binnenplaats van zijn woning geschilderd. Toen hij klaar was, voegde hij op verzoek van de schutters een schild toe, met de namen van de 18 schutters die hadden meebetaald.
Geschiedenis
Nachtwacht-kopie-van-voor-1712.jpg
De Nachtwacht hing aanvankelijk in de Doelenzaal van de kloveniersschutters aan de huidige
Amsterdamse Nieuwe Doelenstraat. Het mat toen ongeveer 5 meter bij 3,87 meter. In
1715 verhuisde het schilderij naar het stadhuis op de Dam. Het moest daar tussen twee ramen hangen, en daarom werd er aan alle zijden een strook afgesneden. Hierdoor verdwenen er aan de boven- onder- en rechterzijde enkele details. Van de linkerzijde werd het grootste deel verwijderd, waardoor twee schutters en de pluim van de hoed van een derde man nu niet meer op het schilderij staan en het effect van een bewegend gezelschap is afgezwakt. Sindsdien meet het schilderij 4,37 bij 3,63 meter. Aangezien Frans Banning Cocq een replica en een aquarel van het schilderij heeft laten maken (die veel kleiner zijn), kan men indirect nog steeds het weggesnedene bestuderen.
Tussen 1817 en 1885 hing het schilderij in het Trippenhuis in Amsterdam, toen het eerste rijksmuseum, in de voormalige Grote Sael van Hendrick Trip.
Vanaf 1885 hangt de Nachtwacht als bruikleen van de gemeente Amsterdam in het Rijksmuseum dat toen geopend werd; sinds 1906 in een speciaal hiervoor gebouwde zaal.
Verhuizingen
Tijdens de inhuldiging van
koningin Wilhelmina in
1898 werd De Nachtwacht even uit het museum gehaald om een tentoonstelling ter gelegenheid van de feestelijkheden meer aanzien te geven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Nachtwacht eerst overgebracht naar kasteel Radboud in Medemblik. Het Rijksmuseum heeft een aparte smalle doorgang om het schilderij weg te halen in noodgevallen. Na Medemblik verhuisde het doek naar een kustbunker in de duinen bij Castricum, waartoe het uit de lijst moest worden gehaald en werd opgerold. In april 1942 werd de Nachtwacht naar de mergelgrotten in de Sint Pietersberg bij Maastricht overgebracht. Op 25 juni 1945 arriveerde het schilderij per binnenschip in Amsterdam. De toenmalige directeur van het Rijksmuseum, Van Schendel, viel bij die gelegenheid bovenop het schilderij, dat hiervan gelukkig geen ernstige schade ondervond.
Op 11 december 2003 werd de Nachtwacht tijdelijk naar een andere vleugel overgebracht. Tijdens de met veel publiciteit omgeven onderneming werd het doek uit de lijst gehaald; ingepakt in vetvrij papier; in een houten frame gehangen dat in twee beschermhoezen werd gestoken; op een kar over straat naar de andere vleugel gereden; omhooggetakeld, en door een speciale gleuf het gebouw binnengebracht.
Tijdens de verbouwing hangt de Nachtwacht tijdelijk in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum. Als de verbouwing van het Rijksmuseum in 2008 is voltooid, zal de Nachtwacht weer naar de Nachtwachtzaal terugkeren.
Technische gegevens
De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren, bijgenaamd De Nachtwacht.
door vervuiling en verkleuring van de vernislaag in de loop van de 18de en 19de eeuw werd het schilderij steeds donkerder, maar feitelijk heeft Rembrandt een scène bij daglicht weergegeven
groepsportret in opdracht, voor de nieuwe grote zaal (klaar in 1638) van schutters van de Kloveniersdoelen; grootste en duurste werk tot dan toe van Rembrandt, en zijn enige schuttersstuk
gemeente Amsterdam, in eeuwigdurende bruikleen aan het Rijksmuseum te Amsterdam
de schutterscompagnie van kapitein Frans Banning Cocq (met rode sjerp en wandelstok) en luitenant Willem van Ruytenburgh (met zogenaamde 'partizaan'-lans), de vaandrig (met vaandel), de sergeant (met hellebaard) en 14 andere leden, totaal 18 schutters
de 18 schutters met diverse wapens bij het verlaten van het schuttersgebouw en het afdalen van enkele treden op een bruggetje, plus een tamboer, rennend meisje in het geel, een ander meisje, een jongetje; bovendien aanvankelijk nog drie toeschouwers links (later afgesneden); in totaal aanvankelijk 27 of 28 figuren, na afsnijden nog 24 of 25 (plus een hondje)
olieverf op doek, aanvankelijk 5 meter bij 3,87 meter, na de verhuizing naar het stadhuis in 1715 verkleind tot 4,38 bij 3,63 meter, waardoor drie bijfiguren en een brugleuning wegvielen.
1600 gulden, Rembrandts duurste schilderij (een jaarloon voor een werkman bedroeg toen 250 gulden); gemiddeld betaalde elke afgebeelde schutter 100 gulden
- Datum opdracht, uitvoering en levering:
opdracht waarschijnlijk in 1639, uitvoering vermoedelijk 1639-1642, levering 1642
zeer wel mogelijk, maar niet gedocumenteerd. In die periode had Rembrandt zeker tien leerlingen, waaronder de zeer begaafde Ferdinand Bol en Samuel van Hoogstraeten en zijn beste leerling, Carel Fabritius. Verder werkten toen bij Rembrandt: Leendert van Beyeren, Lambert Doomer (waarschijnlijk), Jacob van Dorsten, Abraham Furnerius, Reynier van Gherwen (waarschijnlijk), Bernhard Keil en Jan Victors.
na levering bracht Rembrandt (of een leerling van hem) op verzoek van de geportretteerden nog een schild aan, rechts in de poort, waarop de namen van de 18 betalende geportretteerden staan.
Klover: een 16de-eeuwse musket, hier zes stuks geheel of gedeeltelijk zichtbaar, vandaar de term 'kloveniers'. Aan de gordel van het meisje in het geel hangt nog een pistool.
Lans van de luitenant (deze lans heet een partizaan): dit is volgens het Rijksmuseum een stokwapen van twee tot drie meter met een platte, ijzeren kling (punt), waar onderaan kleine vleugels of oren zitten. De drager van dit wapen was bij de 17de-eeuwse schutterijen steevast de luitenant.
Lansen: 15 stuks, meestal in gebruik tegen ruiterij.
Hellebaard: hier afgebeeld in handen van de sergeant (traditioneel de drager van een hellebaard bij schutterijen); dit exemplaar is een fantasiewapen dat Rembrandt verzon.
Zwaarden en een dolk, twee pieken.
Veel informatie over wapens en de hantering ervan zal Rembrandt volgens kenners ontleend hebben aan het handboek 'Wapenhandelinghe' van
Jacques de Gheyn, verschenen in 1607.
Helmen, ijzeren halskragen, schilden: enkele helmen, zoals de man pal boven de luitenant, zijn fantasiestukken. schutters droegen overigens in die tijd geen helmen meer. 'Halsbergen': vier van deze ijzeren halskragen, onder meer de kapitein en de luitenant. Verder een rond en een ovalen ijzeren schild.
volgens Rembrandt-kenner dr
Michiel Roscam Abbing bevat de Nachtwacht veel verborgen symbolen. De uitgetrokken handschoen van de kapitein is te duiden als een uitdaging (iemand de handschoen toewerpen), of vertoon van bereidheid tot strijd; de dode haan (of kip of kapoen) aan de riem van het meisje kan het symbool zijn van de kloveniers (die ook wel klauwiers heetten, vandaar een haan met klauwen), het handgebaar van de kapitein, waarbij de schaduw van zijn duim en wijsvinger precies het stadswapen van Amsterdam op de jas van de luitenant omvatten, geeft als het ware aan dat de schutters de stad zullen beschermen.
Film
De
Britse filmregisseur Peter Greenaway is in juni
2006 begonnen aan een film over Rembrandt en de Nachtwacht. De film zal
Nightwatching gaan heten en gaat over de drie vrouwen van Rembrandt en de gevolgen die het schilderen van de Nachtwacht voor Rembrandt had. De film zal uitkomen tijdens het Rembrandt-jaar in
2007, vierhonderd jaar na Rembrandts geboorte. In datzelfde jaar zal Greenaway de personages van de Nachtwacht uitbeelden in een installatie in het Rijksmuseum.
Bouwhistorisch onderzoek
Ten behoeve van de verbouwing van het Rijksmuseum Amsterdam heeft een bouwhistorisch onderzoek plaatsgevonden. In dat onderzoek is ook gekeken naar "De route naar de Nachtwacht". Alle resultaten van het onderzoek zijn te bekijken op "waardestelling.nl".
Trivia
- Nachtwacht-in-3D.jpg. Het grote stenen beeld van de schilder hoort niet bij de groep, en staat al vanouds op het Rembrandtplein]] De Nachtwacht in drie dimensies van Mikhail Dronov en Alexander Taratynov bestaat uit bronzen beelden die de belangrijkste figuren uit het beroemde schilderij weergeven. De beelden zijn in 2006 op het Rembrandtplein in Amsterdam geplaatst ter gelegenheid van het Rembrandtjaar op initiatief van de plaatselijke ondernemingsvereniging. In de nacht van zondag op maandag 5 juni 2006 werd één van de beelden door vandalen vernield.
Externe links
Schilderij | Cultuur in Amsterdam
Нощна стража (картина) | Die Nachtwache | Night Watch (painting) | משמר הלילה | La ronda di notte (Rembrandt Harmenszoon Van Rijn) | Ночной дозор (картина) | Nattvakten