article

De Coleoptera of kevers zijn een orde binnen de klasse van de insecten.

De kevers zijn waarschijnlijk de soortenrijkste insectenorde, en daarmee ook de grootste orde van het hele dierenrijk, hoewel ook de tweevleugeligen, de vlinders en de vliesvleugeligen zeer grote orden zijn, waarin bij meer onderzoek ook nog steeds meer soorten worden ontdekt. Er zijn zo'n 300.000 keversoorten beschreven (peildatum 1970), wat overeenkomt met 40% van alle insectensoorten. Men vermoedt dat er nog eens twee keer zoveel nog níet beschreven zijn. De taxonomie van de kevers bevat daarom, om het overzicht te behouden, vrij veel tussenlagen (zoals onderorde, superfamilie, onderfamilie, sectie en subgeslacht) naast de gebruikelijke indeling in orde, familie, en geslacht.

In Nederland en België komen ca. 4000 soorten kevers voor, waaronder veel waterkevers zoals de geelgerande watertor en het schrijvertje. Bekende landkevers zijn b.v. de lieveheersbeestjes en coloradokevers.

Etymologie


Het woord kever stamt waarschijnlijk af van het Middelhoogduitse këver of kevere, wat kaak betekent in het Nederlands. Deze naam werd toen wel vaker gebruikt voor ongedierte dat landbouwgewassen aantastte door eraan te knagen, en had derhalve bijvoorbeeld ook betrekking op de sprinkhanen en koolrupsen. De kevers werden in het Middelhoogduits specifieker benoemd met het woord Wibel (in het Engels is het woord weevil voor snuitkevers hiervan afgeleid) waar dan ook weer het Nederlandse wevel van afstamt, een term die nog steeds in sommige streken wordt gebruikt voor gewasaantastende kevers.

De wetenschappelijke benaming van de orde, Coleoptera, niet te verwarren met Coleopteria (De naam van de superorde waar de Coleoptera volgens sommige taxonomen onder valt; deze indeling is niet onomstreden), is een Latijnse term, en kan vertaald worden met dekvleugeligen of schildvleugeligen. Deze is afgeleid is van het feit dat de voorvleugels nu ze verhard zijn een beschermende functie hebben gekregen, en dus dienen als bedekking of schild.

Beschrijving


Kevers zijn een orde van insecten waarbij de voorvleugels veranderd zijn in harde schilden (elytra) die de achtervleugels bedekken, en zijn vaak niet meer bruikbaar om mee te vliegen. Het gehele achterlijf is door deze schilden verborgen. Hierdoor zijn naast de schilden meestal alleen de kop, het halsschild, het tweede borstsegment en de poten te zien. Hiernaast is een klein driehoekje te zien aan de kopzijde van de dekschilden, op hun onderlinge grens, waar een stukje van het scrutellum, schildje, tevoorschijn komt. Er zijn echter ook een aantal soorten met kortere vleugels (de kortschildkevers bijvoorbeeld), waardoor het achterlijf logischerwijs uitsteekt. De kevers hebben vier of zes buizen van Malpighi. Deze zorgen bij de larven voor de vorming van de pop, maar draagt ook zorg voor de afvoer van de afvalstoffen van de stofwisseling. De buisjes zijn zeer dun, maar hebben een relatief groot oppervlak.

De rupsachtige larve van veel kevers wordt vaak engerling genoemd, deze heeft vaak stevige kaken en klauwen, een gekromd lichaam en op oudere leeftijd een groot achterlijf. Larven van kniptorren worden ritnaald genoemd. Kevers behoren tot de Holometabola, de insecten met een volledige gedaanteverwisseling. Dit houdt in dat de larven er totaal anders uitzien dan het imago.

Vleugels

Enkele soorten kevers hebben helemaal geen als zodanig functionerende vleugels meer, van enkele soorten zijn de vrouwtjes ongevleugeld, en enkele andere soorten/orden van insecten zouden oppervlakkig beschouwd met kevers kunnen worden verwisseld, met name de kakkerlakken (Blattodea) en de oorwormen (Dermaptera). Deze hebben echter niet zoals de kevers een volledige gedaanteverwisseling en zijn dus geen nauwe verwanten. Een kleine oorworm wordt soms wel een grote oorworm, maar een kleine kever wordt nooit meer een grote kever, maar behoort gewoon tot een andere soort. Bij de grote groep van de kortschildkevers zijn de elytra sterk gereduceerd waardoor ze wel iets van een (meestal) zwarte oorworm weghebben. Kortschildkevers hebben echter weer niet de tangen aan het achterlijf die oorwormen wel hebben.

Verschillende variaties

Het lichaam is in drie delen verdeeld, namelijk de kop, het borststuk of de romp en het achterlijf. De meeltor is het prototype van kever zoals die meestal wordt voorgesteld. De verhoudingen zijn niet al te excentriek, en zijn herkenbaar. In de orde zijn echter vele variaties op dit voorkomen mogelijk, die helaas niet allemaal te beschrijven zijn in dit artikel. Zo zou de verhouding tussen de verschillende lichaamsdelen kunnen variëren, kunnen er allerlei horenvormige uitsteeksels zijn (vooral op kop en halsschild) of uitsteeksels de poten. Ook zijn er soorten bekend met bizarre kaken of uitsteeksels die doen denken aan een hertengewei. Een goed voorbeeld hiervan is het vliegend hert. Lucanus cervus.jpg]] Ook qua kleur zijn er bijna oneindig veel variaties in de natuur, soms in prachtige combinaties. Sommige soorten hebben zelfs het vermogen om gedurende het leven de kleur van hun schild te veranderen, dit is het duidelijkst bij de schildpadkevers (de onderfamilie Cassidinae van de Charidotella) die leven in Latijns-Amerika, waar de verandering zich soms voltrekt in minder dan twintig minuten. Charidotella sexpunctata is een kever die gevonden kan worden in bananen geïmporteerd uit Brazilië, en krijgt gedurende deze metamorfose een spiegelende gouden kleur, ononderbroken door enige tekening. De kleurverandering, die zich ín de schilden voltrekt, vindt plaats vanuit poriën, en verspreidt zich op die manier door het gehele schild. De gouden kleur gaat over in een glanzend metallisch groen, vervolgens in een groenachtig blauw, dit keer mattig, waarna de kleur verandert in bruin met een parelmoerglans. Uiteindelijk krijgen de schilden weer dezelfde geelbruine kleur als voor de overgang naar de goudkleur, met drie donkere vlekken erop.

De verkleuring van het goudkleurige naar het geelbruin wordt vermoedelijk veroorzaakt door de kleurstoffen in het bloed die van samenstelling veranderen, en een lichtbrekende werking kunnen hebben. De daaraanvoorafgaande verkleuring van geelbruin naar goudkleurig wordt vermoedelijk veroorzaakt door het pompen van lucht in de schilden.

Vliegen


Hoewel de voorvleugels door de verharding niet meer gebruikt kunnen worden, kunnen de kevers nog wel vliegen. Hierbij worden de dekschilden zijwaarts en schuin omhoog gestrekt, zodat ze niet in de weg zitten. De gouden torren (Cetoninae) hebben echter een uitsparing aan de zijkant, waardoor de dekschilden weer terug kunnen worden gelegd op de rug na het uitklappen van de achtervleugels. Hierdoor zijn de dekschilden alleen bij het opstijgen kort uitgeklapt. Dit veroorzaakt waarschijnlijk een aerodinamischer model, waardoor ze langer en sneller kunnen vliegen dan de meeste andere kevers.

Aangezien de kwetsbare achtervleugels bij alle kevers langer zijn dan de solide voorvleugels, moeten deze na het vliegen op een speciale manier worden opgevouwen om ze te beschermen met de dekschilden. Hiervoor is een stelsel van zogenaamde vleugellader-gewrichten aanwezig.

De vleugels worden overigens niet direct door spieren aangedreven, maar een samentrekking van spieren die van de rug- naar de buikzijde lopen leidt tot een opwaartse beweging van de rugdelen. Deze beweging heeft middels het gewricht waaraan de achtervleugels zijn bevestigd een effect. Wanneer de rugdelen zich opwaarts bewegen, gaan de vleugels omlaag, en vice versa.

Door de verharde voorvleugels zijn de kevers relatief trage vliegers vergeleken met de andere vliegende insecten zoals vlinders en bijen. Dit wordt veroorzaakt door een trage vleugelslag.

Voeding


Onder de kevers bevinden zich zowel vlees- als planteneters. De vleeseters zijn meestal de snellere soorten, plantenetende kevers zijn over het algemeen veel trager. Veel vegetarische soorten eten van giftige planten, dit heeft als voordeel dat de larven of de kevers het plantengif opslaan. Vijanden herkennen dit aan de walgelijke smaak, zoals die van veel bladhaantjes.

Carnivoren

De jagende vleesetende kevers, de roofkevers, bijten hun prooi, en bedekken de wond die hierbij ontstaat direct (gedeeltelijk) met middendarmsap, een scherpe vloeistof die eiwit- en vetverterende enzymen bevat. Hierdoor wordt het voedsel voorverteerd, en kan de kever het later in vloeibare vorm opnemen in de spijsvertering. Deze methode wordt ook door in het water levende roofkevers toegepast, maar op een enigszins aangepaste wijze. Deze injecteren namelijk het sap direct in de wond van de prooi, omdat wanneer het erop zou worden gespoten, dit direct zou oplossen. Daarna zuigen ze het voorverteerde voedsel op door middel van een buisje naar de binnenkant van de voorkaak. Deze methode wordt overigens niet alleen door kevers die in het water leven toegepast, maar ook door kevers die de slak tot hun prooi hebben gemaakt. Dit omdat ze anders last zouden hebben van het slijmvocht, wat de slakken als afweermiddel toepassen.

Lang niet alle vleesetende zijn overigens jagers, de meeste zijn aaseters. In de voorkeur van de soort vlees is ook een scala aan variatie. Zo wil de ene soort het liefst een vers kadaver als maaltijd, terwijl een andere soort de oude verdroogde resten prefereert. Daarnaast zijn er ook kevers die liever wat beenderen, talg en huidschilfters eten. Door deze variatie vullen de kevers elkaar goed aan, en vormen zij de opruimploeg van de natuur wat betreft dode dierlijke resten.

De vleesetende kevers hebben een korter darmstelsel dan plantetende ordegenoten, aangezien zij minder moeite zullen hebben met de vertering van het voedsel. Planten hebben immers moeilijk verteerbare celwanden, en dieren niet. De mestkevers hebben hier wat op gevonden; ze laten runderen de planten voorverteren en leven van de mest.

Herbivoren

De plantenetende kevers kunnen dan ook een darmenstelsel hebben dat ruim tienmaal zo lang is als hun eigen lengte. Ze zijn erg afhankelijk van micro-organismen om het cellulose van de celwanden te verteren, en zijn ondergebracht in speciale organen of in de plooien van de darmwand. Deze micro-organismen kunnen van velerlei aard zijn. Het is begrijpelijk dat de larven die moeten leven van hout, zoals de boktorren, nog sterker van afhankelijk zijn van deze vorm van metabolisme. Een aantal soorten boktorren beschikt echter zelf over de middelen om de cellulose af te breken.

Ook bij de herbivoren geldt dat de soorten zich lang niet allemaal op dezelfde soort voedsel richten. Zo zijn er soorten die graag stuifmeel of nectar lusten, en andere soorten boren zich liever door hout heen voor een lekker maaltje. Dit doen ze vaak ook in de stadia dat de mens ook graag deze plantendelen gebruikt (bijvoorbeeld als voedsel of bouwmateriaal), zodat de mens en kever elkaar soms beconcurreren. De kever wordt dan als schadelijk gekenmerkt, zoals het aspergehaantje. Maar ook kevers die de plant zodanig aantasten in een stadium voortijdig aan het voor de mens bruikbare stadium dat het niet meer bruikbaar is krijgen dikwijls het predikaat schadelijk.

Verdedigingsmechanismen


De verdediging bestaat bij de meeste kevers uit snel wegvliegen, maar sommige kevers zijn erg creatief om van vijanden af te komen. Net zoals de vormen en kleuren van de kevers divers zijn binnen de orde, zijn ook de vele verschillende verdedigingsmechanismen dat. Met name grotere soorten hebben soms vervaarlijke kaken die zelfs door de mensenhuid kunnen dringen. Ook zijn er kevers die mechanische en andere chemische mechanismen om zich te verdedigen tegen bedreigers. Kniptorren hebben een scharnierend deel tussen kop en borststuk dat kan worden aangespannen en losgelaten waardoor de kever met een klikgeluid een eindje wordt gelanceerd. Zo kan de kever zich als deze op de rug terecht komt weer op de buik terecht komen maar het wordt ook gebruikt om vijanden af te schrikken.

Chemische verdediging vindt men bij vele families, onder andere de bladhaantjes, lieveheersbeestjes en de oliekevers. Met name deze laatste familie is berucht omdat de afscheiding niet alleen smerig ruikt en smaakt, maar tevens blaartrekkend is en kan leiden tot pijnlijke, grote waterige blaren.

Taxonomie


De Coleoptera worden verdeeld in vier onderorden:

Fotogalerij


Afbeelding:Ontholestes-tesselatus2.jpg|Een kortschildkever Afbeelding:Cetonia aurata4.jpg|De gouden tor Afbeelding:BIEDRONA.JPG|Het zevenstippelig lieveheersbeestje Afbeelding:Escaravellos Beetles GFDL.jpg|Tropische soorten zijn soms prachtig gekleurd en worden erg groot.

insect | kever

Biller | Käfer | Beetle | Koleopteroj | Escarabajo | Kovakuoriaiset | Coleoptera | חיפושיות | Koleoptero | Coleoptera | 甲虫類 | 딱정벌레목 | Coleoptera | Borera | Chrząszcze | Coleoptera | Skalbaggar

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Kevers".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld