article Related Topics:
Carpinus :: Carpinus_betulus :: Carpinus_caroliniana
 

De Carpinus is een geslacht van betrekkelijk kleine, hardhouten bomen in de Berkenfamilie. Sommige botanici geven er echter de vorkeur aan om het geslacht samen met het geslacht Corylus en het geslacht Ostrya in een afzonderlijke familie Corylaceae onder te brengen.

De wetenschappelijk geslachtsnaam is de oude Latijnse naam voor Carpinus betulus.

Beschrijving

De bomen zijn bladverliezend. De bladeren staan afwisselend, hebben een getande rand, en zijn 3 - 10 cm lang. De bloemen zijn door de wind bestoven katjes, die in het voorjaar verschijnen. De mannelijke en vrouwelijke bloemen komen aan verschillende katjes voor, maar wel aan eenzelfde boom. De vruchten hebben de vorm van een klein nootje van 3-6 mm lang. De asymetrysche vorm van de zaadjes zorgt voor een ronddraaiend effect wanneer ze vallen. Dit zorgt bij wind voor een grotere verspreiding. De vorm van de vleugeltjes is belangrijk bij de identificatie.

Verspreiding

De 30-40 soorten van dit geslacht zijn verspreid over de gematigde zones van het noordelijk halfrond. De meeste soorten komen voor in oost-Azië, vooral in China. Slechts twee soorten zijn inheems in Europa, en een in Noord-Amerika.

Ecologie

Ze worden gebruikt als voedselplant door de larven van verschillende insecten, waaronder de larven van een aantal Lepidoptera soorten zoals de Novemberspanner (Epirrita autumnata)), Kleine zomervlinder (Hemithea aestivaria), Gepluimde spanner (Colotois pennaria), Schijn-piramidevlinder (Amphipyra berbera) en Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) en de bladmineerders Coleophora currucipennella en Coleophora ostryae, waargenomen op de Europese haagbeuk).

Fagales

Soorten

  • De Haagbeuk (Carpinus betulus), is een kleine tot middelgrote boom, typisch zo'n 10-20 meter hoog met uitschieters tot 30 meter. Hij komt in heel Europa in het wuild voor met uitzondering van grote delen van Scandinavië en het noorden van Groot-Brittannië. De bladeren worden 5-9 cm lang, de zaadjes hebben een 3-4 cm lange, drielippige schutblad.
  • De Oosterse haagbeuk (Carpinus orientalis) komt in zuidoost Europa en zuidwest Azië voor. men kan haar gewoonlijk aantreffen op hete, droge plaatsen en op lagere hoogten dan Carpinus betulus. De boom is kleiner; ze meet zelden meer dan 10 meter en blijft vaak zelfs struikachtig. Ze heeft ook kleinere bladeren, 3-5 cm long. De zaden hebben ook een enkelvoudige schutblad, dus niet drielippig, die ongeveer 2 cm lang wordt.
  • De Japanse haagbeuk (Carpinus japonica) heeft evenals de oosterse haagbeuk een enkelvoudige zaadschutblad, maar verschilt hiervan door haar 8-10 cm lang bladeren.
  • De Noord Amerikaanse soort (Carpinus caroliniana) lijkt op Carpinus betulus in bladvorm en afmeting. Ook het zaadschutblad is drielippig, maar minder diep ingesneden dan bij haar Europese soortgenoot.
  • Carpinus cordata
  • Carpinus fargesii
  • Carpinus laxiflora
  • Carpinus tschonoskii
  • Carpinus turczaninowii

Gebruik

Het hout van de haagbeuk is erg hard, maar wordt niet veel gebruikt omdat ze moeilijk te bewerken is. Door haar hardheid wordt ze wel gebruikt voor kastplanken, handvaten van gereedschap en andere toepassingen waar een taaie, harde houtsoort vereist is.

De engelse naam voor dit geslacht, "hornbeam", is afgeleid van de hardheid van het hout, via horn = hoorn en het oud engelse beam = boom.

Fagales

Avnbøg | Hainbuchen | Hornbeam | Karpeno | Charme | Carpino (botanica) | Grab (drzewo) | Carpinus | Gürgen

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Carpinus".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld