De bunzing (Mustela putorius) is een klein behendig roofdier dat behoort tot de familie der marterachtigen (Mustelidae). Het is waarschijnlijk de wilde voorvader van de fret.
De bunzing heeft een donkere vacht, met witte oorrandjes, een witte snuit, witte vlekken tussen de oren en ogen en een donker masker. De flanken zijn lichtergekleurd. In de zomer ligt de wollige lichtbruine tot gelige ondervacht grotendeels verborgen onder de donkerkleurige dekharen. In de winter staat deze ondervacht uit waardoor een bunzing er lichter en dikker uitziet. Zomers ziet hij er donkerder uit.
Bunzingen zijn nachtdieren, die overdag in zijn hol verblijft. Hij graaft vaak zijn eigen hol, maar hij kan ook een verlaten konijnenhol innemen of gebruik maken van een natuurlijke holte tussen de stenen. Het hol wordt bekleed met gras en mos.
De bunzing leeft solitair.
Hij hanteert verschillende tactieken voor het doden van de prooi: een kikker wordt in de nek gebeten, een muis in de kop en een konijn in de neus. De bunzing legt voedselvoorraden aan. Soms kunnen enkele tientallen dode verlamde kikkers en padden worden aangetroffen vlakbij het hol van een bunzing.
Na een draagtijd van 42 dagen worden drie tot acht jongen geboren. In extreme gevallen worden er twee tot twaalf jongen geteld. De vroegste nestjes komen rond eind april, begin mei. De jongen worden geboren in een verlaten konijnenhol of een vossenburcht. Ook holle bomen of rotsspleten worden hiervoor gebruikt. De bunzing kent slechts één worp per jaar.
Bij de geboorte hebben de jongen zacht zijdeachtig wit haar en wegen ze 9 tot 10 gram. Na drie tot vier weken ontwikkelt zich een donkere vacht. Ze worden een maand lang gezoogd.
Het mannetje is geslachtsrijp tussen maart en mei, het vrouwtje eind maart, begin april. In het wild worden bunzings maximaal vier tot vijf jaar oud. In gevangenschap kunnen ze wel 14 jaar worden.
De bunzing is endemisch voor Europa: hij komt nergens anders voor. De oostelijke grens ligt bij het Oeralgebergte. Ze komen op bijna het gehele Europese vasteland voor. In Scandinavië leven ze slechts in het zuiden. Ook komen ze voor op Corsica en Sicilië.
Een bekend gezegde is: stinken als een bunzing.
Dier uit het Palearctisch gebied | Marterachtige
Черен пор | Ilder | Iltisse | Polecat | Turón | Hilleri | Putois | フェレット | Ilder | Dihur | Iller | אילטיס