De term bui wordt door het KNMI gebruikt voor een wolk, waaruit het korte tijd regent, in het algemeen korter dan een uur. Wordt gedurende langere tijd regen verwacht uit een min of meer gesloten wolkendek dan wordt dat als "regen" aangekondigd. Daarbij wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen "af en toe regen" of "perioden met regen" voor het geval het nu en dan droog is, maar het niet opklaart.
Het voornaamste verschil tussen buien en regen is niet alleen dat het af en toe droog is, maar ook dat de zon zich tussen de buien door kan laten zien. Buien onderscheiden zich ook van aanhoudende regen door grotere wisselingen in neerslagintensiteit. In het algemeen zal het uit een buienwolk minder gelijkmatig en vaak harder regenen dan uit een gesloten wolkendek. Wanneer een gebied met slecht weer overtrekt komt het vaak voor dat het eerst een tijd onafgebroken regent en er daarna buien vallen. Een weerbericht waarin staat: "eerst regen, later buien", is dus goed mogelijk.
Vooral wanneer koude uit de poolstreken afkomstige lucht naar onze omgeving wordt gevoerd vormen zich boven de Noordzee talrijke buien, die vooral in de kustprovincies actief zijn. Boven het koudere land neemt de activiteit van die buien in de regel sterk af, zodat het langs de kust in het najaar een stuk natter is dan in het binnenland.
Zo valt er in de kop van Noord-Holland en op de Wadden in de herfst normaal (gemiddeld over 1971-2000) 260 tot 300 millimeter neerslag tegen circa 200 millimeter in de Achterhoek en Limburg. Dit in tegenstelling tot het voorjaar wanneer het binnenland in drie maanden zo'n 30 tot 50 millimeter meer regen ontvangt dan de kust.
Ook de kans op onweer is in de drie herfstmaanden september, oktober en november aan de kust groter dan in het binnenland. Op de weerstations langs de Zuid- en Noord-Hollandse kust wordt in het najaar op gemiddeld 10 of 11 dagen onweer gehoord, terwijl het in die periode in de Achterhoek en in Zuid-Limburg normaal op 3 of 4 dagen onweert. Het weerlicht van buien boven de Noordzee en aan de kust is bij duisternis in de heldere poollucht vaak tot ver landinwaarts te zien.
De grotere activiteit van najaarsbuien aan de kust komt ook tot uiting in de kans op hagel. In Den Helder gaan de buien in de herfst op normaal 8 dagen vergezeld van hagel, terwijl in Brabant en Limburg in die periode gewoonlijk op slechts 1 of 2 dagen hagel wordt waargenomen. Op buiige dagen kan het aan de kust heel guur zijn, terwijl het weer in het binnenland tijdens zonnige momenten en uit de wind nog kan meevallen.
Vooral buien die langzaam trekken kunnen enorm veel regen opleveren. Op 24 augustus (jaartal 2001?) leidde zo'n situatie op veel plaatsen tot ernstige wateroverlast: in Weesp viel 101 mm. Op 19 september 2001 viel in Hoek van Holland 107 mm, maar Dirksland (Zuid-Holland) spande de laatste jaren de kroon met op 14 september 1998 een som van 134 mm.