Het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest omvat 19 gemeenten met een totale oppervlakte van 161 km
2.
Het aantal inwoners is 1.012.258. De gemiddelde bevolkingsdichtheid is ruim 6270 mensen per km
2.
Op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wonen zowel Nederlandstaligen (meestal Vlamingen) als Franstaligen, al heeft een duidelijke meerderheid van de bevolking Frans als eerste taal. De Vlaamse en de Franse Gemeenschap van België oefenen er hun bevoegdheden uit voor alle communautaire aangelegenheden, namelijk cultuur, onderwijs, en bijstand aan personen en gezondheidszorg.
Sinds 1989 kunnen de Brusselaars hun eigen gewestelijke vertegenwoordigers kiezen: de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Uit deze raad worden dan de respectieve raden voor de Vlaamse en Franstalige gemeenschap samengesteld (VGC en COCOF).
Brussel maakt deel uit van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.
Geschiedenis
Middeleeuwen en hertogdom Brabant
Brussel was reeds een bekende stad in de (late) Middeleeuwen. Het kende een grote bloei onder het hertogdom Brabant. Het rivaliseerde toen sterk met Leuven. Beide steden waren afwisselend de hoofdstad van het hertogdom. Naar het einde van de Oostenrijkse tijd kreeg het de overhand. Ettelijke adellijke families vestigden er zich, evenals (delen van) het Oostenrijks bestuur. Brussel consolideerde haar hoofdstedelijke functie een eerste keer onder het Franse regime.
Belgische hoofdstad
De nieuwe Belgische staat zorgde voor een aanzienlijke versnelling in de uitbouw van
Brussel. In
1830 was Brussel een
Brabantse,
Diets- en later
Nederlandstalige stad. Na de onafhankelijkheid kende het een sterke inwijking van
Fransen (gevluchte
revolutionairen en anderen), en van
Waalse ambtenaren die het jonge
Belgische bewind aantrok uit de Waalse provincies om er haar
nationale administratie mee te bemannen. Dat bewind werd namelijk beheerst door de hogere burgerij en de adel. Enkel deze groepen genoten toen stemrecht. Zij wensten de nationale instellingen enkel in hun eigen taal uit te bouwen. Hierdoor werd echter het Nederlands radicaal verbannen uit alle instellingen en uit het bestuur. Deze taalkundige discriminatie viel dus samen met zware sociale en politieke discriminatie van de gewone bevolking (en lagere burgerij).
In de negentiende eeuw kende Brussel ook een sterke industriële ontwikkeling.
Door de zware verfransende druk vanwege de overheid, door de inwijking van Walen en Fransen ontstond toen ook een aanhoudende verfransing van de bevolking. Niettemin kregen de Franstaligen slechts rond het midden van de twintigste eeuw numeriek de overhand.
Samen met deze evolutie groeide ook het hoofdstedelijke gebied. Begin 19e eeuw telde dat slechts een zestal gemeenten rond de hoofdstad. Naarmate de verstedelijking en de verfransing oprukte werden omringende gemeenten geannexeerd. Dat gebeurde bij tienjaarlijkse
talentelling. Eenmaal daarbij het aantal Franstaligen en tweetaligen boven bepaalde grenzen raakten, werd de betrokken gemeente bij het hoofdstedelijke gebied gevoegd.
Eigen Brusselse instellingen: agglomeratie en gewest
Eigen instellingen verkreeg Brussel slechts vrij laat, eerst met een Agglomeratieraad, daarna, tien jaar na het
Vlaamse en Waalse gewest, met haar eigen
hoofdstedelijke gewestinstelling.
Bij deze stap in de
federalisering werd de machtspositie van de Franstaligen in België beschermd. Voor 40% van de bevolking kregen ze in de meeste opzichten 50% van de nationale bestuursmandaten, evenals
dubbele meerderheden en
alarmbelprocedures. De afspraak daarbij was dat deze oververtegenwoordiging in evenwicht werd gebracht met waarborgen voor de Vlamingen in Brussel (slechts 20% van de Brusselse bevolking). In praktijk proberen de meeste Franstalige politici echter deze waarborgen systematisch uit te hollen. Op lokaal-Brussels vlak eisten ze steeds meer verdelingen van mandaten en functies in het openbaar ambt op basis van de taal van de dossiers, daar waar ze deze regel in de nationale instellingen radicaal afwezen ten voordele (voor hen) van forfaitaire 50/50-verdeelsleutels.
De huidige institutionele regeling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dan ook vrij ingewikkeld. Dat is het resultaat van ettelijke rondes
staatshervormingen waarbij de Franstaligen Brussel proberen uit te bouwen als 'une région-à-part entière', daar waar de
Vlamingen Brussel meer zien in een lagere, intermediaire bestuursvorm - een sterk opgewaardeerde
agglomeratie annex
provincie.
Het gewestelijke statuut voor Brussel lijkt niet altijd het meest geschikt in verhouding tot de omvang en aard van het gewest. Zo had, vanwege van het gewestelijke statuut, dit zuiver verstedelijkt gewest bijvoorbeeld ook lang een minister voor landbouw. Anderzijds slaagt Brussel er niet in de gespecialiseerde diensten voor bescherming tegen toxische ongevallen, vervuiling en dergelijke uit te bouwen (cfr. schandaal van de Marly-branden). Met name de arbeidsbemiddeling, streekeconomie, mobiliteit en rampenbescherming lijden onder het gebrek aan kritische omvang én aan de aanhoudende weigering tot samenwerking met de andere deelstatelijke instellingen, Wallonië, de Franse Gemeenschap en Vlaanderen.
Actualiteit
Brabant 900 jaar in 2006
In
2006 is het
Brabant 900 jaar. Hier wordt gevierd dat negen eeuwen geleden in
1106 aan de
graaf van Leuven de hertogstitel (
Hertog van Brabant) werd verleend.
De graven van Leuven en hertogen van Brabant en hunne nazaten maakten daarvan gebruik door hun macht en hun grondgebied te vergroten. Uiteindelijk ontstond zo het
Hertogdom Brabant, een van de toonaangevende gewesten van de Nederlanden. Het omvatte de huidige provincies
Noord-Brabant,
Antwerpen,
Vlaams-Brabant,
Waals-Brabant en het hoofdstedelijk gewest
Brussel.
In het jaar 2006 worden tal van activiteiten georganiseerd in het kader van Brabant 1106-2006, waarvoor veel (internationale) bezoekers worden verwacht in
Nederland en
Vlaanderen /
België voor het
Brabant 900 jaar.
Taal
Heel het gewest heeft het Nederlands en het Frans als officiële talen. Vrijwel alle officiële (bestuur, politie, gerecht, straatnaambordjes, ...) en semi-officiële zaken en instellingen (
MIVB,
De Post, grote winkelketens ...) zijn
tweetalig. Ook de meeste andere aanduidingen en tekstjes zijn in de twee talen te vinden. Toch is de voertaal op straat veelal het Frans, in overeenstemming met de indeling van de bevolking: 80 tot 90 procent heeft Frans als eerste taal, 20 tot 10 procent Nederlands, afhankelijk van de bron en de gebruikte maatstaven.
Zulke percentages geven echter niet altijd een duidelijk beeld. Veel inwoners die Frans als eerste taal opgeven, spreken ook Nederlands, al dan niet op moedertaalniveau. Dit kunnen (veelal oudere) inwoners zijn die zowel Nederlands, Frans als het Brusselse dialect spreken, maar ook mensen die in het Frans opgevoed zijn en naar een Nederlandstalige school gegaan zijn, zoals Vincent Kompany. Het is de laatste jaren een trend dat Franstalige ouders hun kinderen naar een Nederlandstalige school sturen, omdat ze op die manier meer kansen zouden hebben. Veel in de eerste plaats Franstalige Brusselaars spreken ook Nederlands uit commerciële overwegingen: in de stad werken immers 200.000 tot 300.000 Vlaamse of andere Nederlandstalige forenzen.
In het gemeentebestuur van elk van de 19 gemeenten van het gewest zit gewoonlijk een Nederlandstalige schepen, die soms bevoegd is voor alle Nederlandstalige aangelegenheden. Gemeentelijke ambtenaren die in contact staan met het publiek (loketbedienden bv.) zouden tweetalig moeten zijn. De meeste burgemeesters zijn min of meer tweetalig, met als boegbeeld Freddy Thielemans, de burgemeester van Brussel-stad.
Af en toe zijn er incidenten tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Zo was er in de jaren 60 en 70 de Schaarbeekse burgemeester Roger Nols, die verschillende maatregelen nam om Nederlandstaligen quasi weg te pesten. Het beste voorbeeld hiervan is de lokettenkwestie: Roger Nols zorgde ervoor dat er slechts één loket voor Nederlandstaligen meer was in het stadhuis, hoewel een Nederlandstalige aan elk loket in het Nederlands terecht zou moeten kunnen. Door het aantal inwoners van Schaarbeek, het hoogste na dat van Brussel-Stad, was er ook nood aan meer loketten voor Nederlandstaligen.
Tegenwoordig hebben de taalproblemen zich veeleer verplaatst naar de Vlaamse Rand rond Brussel, waar zich veel Franstalige Brusselaars hebben gevestigd. In sommige gemeenten zijn ze zelfs een grote meerderheid, wat een tegenstelling vormt met het feit dat die gemeenten tot Vlaanderen behoren en dus formeel Nederlandstalig zijn. De meeste randgemeenten in het zuiden en oosten zijn dan ook faciliteitengemeenten. Zie ook Brussel-Halle-Vilvoorde.
Bestuur
Parlement
De
Brussels Hoofdstedelijk Parlement is de volksvertegenwoordiging van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gemeenschapszaken worden echter behandeld door de
Vlaamse Gemeenschap en de
Franse Gemeenschap en dit respectievelijk via de daarvoor bevoegde gemeenschapscommissies:
Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC),
Franse Gemeenschapscommissie (COCOF) en de
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC).
Samenstelling 2004-2009
Franstalige partijen
Totaal Franstalig: 72 zetels
Nederlandstalige partijen
Totaal Nederlandstalig: 17 zetels
Totaal: 89 zetels
Naast deze 17 Nederlandstalige leden van het Brussels Parlement werden ook 6 Brusselse Vlamingen rechtstreeks verkozen in het Vlaams Parlement. 19 van de 72 Franstalige leden nemen ook zitting in het parlement van de Franse Gemeenschap.
De zetelverdeling voor de 6 Vlaams-Brusselse volksvertegenwoordigers ziet er in 2004 als volgt uit:
Regering
De regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt aangewezen door het Hoofdstedelijk Parlement voor een periode van vijf jaar. De regering bestaat uit een minister-president (Franstalig), twee Nederlandstalige ministers en twee Franstalige ministers.
Belangrijke bestuurlijke taken zijn toevertrouwd aan instellingen van de twee gemeenschappen in Brussel, zijnde de
Vlaamse Gemeenschapscommissie (
VGC) en de Commission Communautaire Française (
COCOF), evenals ook een kleine
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (
GGC). VGC en COCOF beschikken elk over een eigen verkozen raad en een eigen bestuur. De gemeenschapsraden bestaan daarbij uit de verkozenen van de eigen gemeenschap in de Brusselse Hoofdstedelijke Raad (BHR).
Samenstelling
tot oktober 2004
- Charles Picqué (PS), minister-president
- Jos Chabert (CD&V), openbare werken, vervoer, brandbestrijding en dringende medische hulp.
- Eric Tomas (PS), tewerkstelling, economie en wijkopleving.
- Guy Vanhengel (VLD), financiën, begroting, openbaar ambt en externe betrekkingen.
- Didier Gosuin (MR), leefmilieu en waterbeleid, natuurbehoud, openbare netheid en buitenlandse handel.
Premier Daniel Ducarme moest in februari 2004 aftreden toen bekend werd dat hij sinds 1999 geen belasting meer heeft betaald.
2004
=Ministers:
=
- Charles Picqué (PS), minister-president; plaatselijke besturen, ruimtelijke ordening, monumenten en landschappen, stadsvernieuwing, openbare netheid, buitenlandse handel, ontwikkelingssamenwerking
- Guy Vanhengel (VLD), financiën, begroting, externe betrekkingen, gewestelijke informatica
- Benoît Cerexhe (CDH), tewerkstelling, economie, wetenschappelijk onderzoek, brandbestrijding en dringende medische hulp
- Pascal Smet (sp.a), mobiliteit, openbare werken
- Evelyne Huytebroeck (Ecolo), leefmilieu, energie, waterbeleid
=Staatssecretarissen:
=
De
VGC vervult een belangrijke rol voor de Brusselse Vlamingen. Ze krijgt haar middelen vooral via de trekkingsrechten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de dotaties van de Vlaamse Gemeenschap, aangevuld met een klein deel federale middelen. Ook uit het budget van de
Vlaams Minister voor Brusselse Aangelegenheden gaan middelen naar de Vlaamse instellingen en initiatieven in Brussel.
De
Vlaamse Gemeenschapscommissie financiert zo b.v. de Vlaamse scholen en gemeenschapscentra in Brussel, ze ondersteunt de werking van de Nederlandstalig Brusselse organisaties, kinderopvang, welzijnsinstellingen en initiatieven. Ze neemt daarbij de facto een deel van de taken op zich die de gemeentelijke overheden - alle geleid door Franstalige burgemeesters - in zekere mate weigeren uit te oefenen. Vele gemeentebesturen weigerden decennialang om gemeentelijke Vlaamse bibliotheken op te richten. Vele middelen op hun cultuurbegrotingen werden bijna volledig overgedragen aan Franstalige cultuur-
vzw's.
Ook het lokale sociale beleid van de Brusselse gemeenten heeft niet altijd oog voor de Nederlandstalige inwoners.
COCOF
De Franse Gemeenschapscommissie oefent vergelijkbare bevoegdheden uit als de
Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Ze heeft echter ook decretale bevoegdheden. Ze beschikt ook over meer middelen dan de
VGC.
Hoofdstedelijke financiering
De financiering van de hoofdstedelijke overheden is een groot actueel twistpunt. Franstalige politici en sommige Brussels-Vlaamse mandatarissen beweren dat Brussel 'te weinig' middelen krijgt doordat het wel de lasten moet dragen van 100.000'en forenzen uit de andere gewesten waarvan ze geen belastingen op de inkomens kan realiseren. Anderen stellen dat Brussel al meer middelen krijgt dan de bevolking verantwoordt (44% meer dan de twee andere gewesten), maar dat er veel middelen verspild worden door de aanhoudende versnippering van de lokale overheden (nog steeds 19 autonome gemeenten), door een teveel aan bureaucratie en door hoge transferten naar taken van vooral de Franse gemeenschap.
Hoofdstedelijke functie: stad of gewest?
De huidige Belgische staatstructuur wordt door velen -specialisten en gewone burgers- als ontzettend en onnodig complex beschouwd. Een klassieke bananenschil hierbij is de vraag of de hoofdstedelijke functie door de stad Brussel gedragen wordt, en alleen door haar, dan wel door het gewest.
Het antwoord op deze vraag is dubbel: formeel gesproken is enkel de stad de drager van de hoofdstedelijke functie. In praktijk delen echter alle 19 gemeenten van het gewest in de lasten én de lusten van deze functie. Zo worden de bijzonder aanzienlijke extra middelen van de hoofdstedelijke dotatie verdeeld over alle Brusselse gemeenten. Een bijkomende herverdeling steunt op de intra-gewestelijke solidariteit tussen de gemeenten. De facto is dus heel het Brussels gewest de hoofdstad van België, Vlaanderen, Franse Gemeenschap en de EU.
Gemeenten
Brussels_Hoofdstedelijk_GewestGemeenten.png
De
19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (met hun postcodes):
- Anderlecht (1070)
- Brussel (Brussel-Stad) (1000, 1020, 1120, 1130, 1040, 1050)
- Elsene (1050)
- Etterbeek (1040)
- Evere (1140)
- Ganshoren (1083)
- Jette (1090)
- Koekelberg (1081)
- Oudergem (1160)
- Schaarbeek (1030)
- Sint-Agatha-Berchem (1082)
- Sint-Gillis (1060)
- Sint-Jans-Molenbeek (1080)
- Sint-Joost-ten-Node (1210)
- Sint-Lambrechts-Woluwe (1200)
- Sint-Pieters-Woluwe (1150)
- Ukkel (1180)
- Vorst (1190)
- Watermaal-Bosvoorde (1170)
Verkeer en Vervoer
De
Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel (MIVB) verzorgt binnen het Gewest het
vervoer per bus, tram en metro. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ook de beheerder van de
gewestwegen in de 19 Brusselse gemeenten.
Externe links
België
Vlaanderen | Brussel | Enclave
Брюксел-Столичен регион | Regió de Brussel·les-Capital | Hauptstadtregion Brüssel | Brussels-Capital Region | Brusela Ĉefurba Regiono | Región de Bruselas-Capital | Pealinna Brüsseli piirkond | Région de Bruxelles-Capitale | Regione di Bruxelles-Capitale | Bréissel (Haaptstadregioun) | Brussels Hoofsjtaejelik Gewes | Region stołeczny Bruksela | Regiunea Capitalei Bruxelles