Bridge is een kaartspel dat ook onder de noemer denksport geplaatst kan worden. Vooral in duplicaatbridge is bewust gestreefd naar het zoveel mogelijk uitschakelen van de factor 'geluk' als uitkomstbepalend. Het spel vereist concentratie, geheugen en logisch denken en goede samenwerking tussen partners. Bridgen bestaat uit twee delen, het bieden en het spelen.
Het spel wordt gespeeld met 52 kaarten. Zij worden een voor een gedeeld, te beginnen bij de speler links van de gever, met de klok mee tot iedere speler 13 kaarten bezit.
Het wordt gespeeld door vier personen. Aan iedere speler wordt een windstreek W,N,O, of Z toegekend. NZ spelen samen en vormen een partnership, en ze spelen tegen OW, die ook samenspelen en een partnership zijn. Het partnership kan ad hoc zijn, alleen voor deze wedstrijd, maar over het algemeen hebben bridgers vaste partners, die in het algemeen jaren (soms vele tientallen jaren) samen spelen. De spelers zien elkaars kaarten niet. Een goed bridgepaar begrijpt elkaar en vertrouwt elkaar, zodat ze effectief kunnen bieden en tot een 'contract' komen. Na het bieden wordt gespeeld, waarbij ieder paar zo veel mogelijk slagen probeert te maken.
Ieder bod moet hoger zijn dan het vorige. De biedvolgorde - van onder af - is:
De afspraken die een bridgepartnership maakt om elkaars bieden te begrijpen, heet een biedsysteem.
In het bieden is het contract vastgesteld. De speler van het paar dat als eerste de speelsoort van het contract geboden heeft (klaveren, ruiten, harten, schoppen of Zonder Troef), wordt leider in het spel. Zijn linkertegenstander mag het spelen beginnen met de eerste kaart, de uitkomst. Vervolgens legt de partner van de leider zijn kaarten open op tafel, hij wordt dummy of blinde. De leider speelt zowel de kaarten uit zijn eigen hand als de kaarten van de dummy. Zijn partner is gedurende het spelen dus niet actief bij het spel betrokken.
Tijdens het spelen legt elke speler bij elke slag een kaart voor zich neer. Als de slag geheel gespeeld is, pakt iedere speler zijn eigen kaart op en legt deze dicht voor zich neer. Afhankelijk van wie de slag heeft gewonnen, wordt de kaart horizontaal of verticaal neergelegd. Zo kan aan het eind van het spel aan de hand van het aantal horizontale en verticale kaarten bekeken worden hoeveel slagen elke partij gehaald heeft.
Als de leider het aantal slagen heeft dat nodig is voor het behalen van zijn contract, heeft de leider het contract gehaald. De slagen die hij eventueel meer haalt, heten overslagen. Als de leider minder slagen haalt dan dat er geboden zijn, gaat hij down. Als de leider zijn contract haalt, krijgt zijn partij daar punten voor, als hij down gaat, krijgt de tegenpartij punten.
De gebruikelijke tellingen bij wedstrijdbridge zijn de volgende:
Voor sterkere spelers maakt het uit of ze een parentelling of een viertallentelling spelen. In een parentelling zijn alle spellen van gelijk belang, en kan elk puntje belangrijk zijn, in een viertallentelling zijn het vooral de 'grote' spellen die de score bepalen. In viertallen zal men (vanwege de relatief hoge manchepremie) sneller de manche bieden, ook als die niet helemaal 50% kans heeft. Wat betreft het af- en tegenspel zal men in viertallen 'op safe spelen', het belangrijkste hier is het contract te halen of down te spelen. Een leider zal de grootste kans op maken nemen, ook als deze minder overslagen oplevert als het goedgaat, of meer downslagen als het foutgaat. Bij paren kan daarentegen elke slag de beslissende zijn.
fit je hebt een fit in een kleur als je als partnership (dus in allebei de handen) 8 of meer kaarten van deze kleur bezit. Als vuistregel speelt troef prima als je er 8 of meer hebt, anders wordt dit hachelijk. In het bieden zoek je naar fits. Als je een fit vindt, ga je in troef spelen, in de kleur waarin je er 8 of meer hebt. Als er geen fit is, speel je zonder troef. Althans, dat zou je doen als er geen aspect in de puntentelling zat die de tactiek wat ingewikkelder maakt. Lees maar verder.
De puntentelling van contract bridge bestaat sinds 1925 en is sindsdien op hoofdlijnen niet veranderd. De puntentelling bepaalt de wedstrijdtactiek en het biedsysteem, vanwege een paar essentiële elementen:
de puntentelling Afhankelijk van de speelsoort wordt er een bepaald aantal punten toegekend per slag (waarbij pas vanaf de 7e slag (de helft +1) punten toegekend worden). Bij klaveren en ruiten (de 'lage kleuren') is dit 20 punten. Bij harten en schoppen (de 'hoge kleuren') is dit 30 punten. Bij Sans Atout is de eerste slag 40 punten waard en elke opvolgende slag 30.
de deelscorepremie De deelscorepremie wordt toegekend als een partnership een zgn. deelscorecontract biedt en maakt. De premie behaalt 50 punten. Een deelscorecontract is elk contract wat niet minstens een manche is (zie onder).
de manchepremie Als een partnership een contract maakt waarvoor ze (zonder deelscorepremie) minimaal 100 punten krijgen, krijgen ze in plaats van de deelscorepremie een manchepremie toegekend. Deze bedraagt 300 of 500 punten, afhankelijk van de zgn. kwetsbaarheid (zie onder). In SA is voor de manche een contract op driehoogte nodig (3SA: 40+30+30=100 punten), waarvoor dus 9 slagen behaald moeten worden. In een hoge kleur is een contract op vierhoogte nodig (4x30=120 punten) en in een lage kleur een contract op vijfhoogte (5x20=100 punten).
NB: De manchepremie wordt alleen toegekend als een contract op de benodigde hoogte geboden is. Als een partnership 3S biedt en 10 slagen haalt, wordt deze premie dus niet toegekend.
de slempremie Als een contract op 6-hoogte ('klein slem') of 7-hoogte ('groot slem') wordt geboden en gemaakt, wordt er een slempremie toegekend. Ook deze zijn hoger als een partnership kwetsbaar is (zie onder).
downslagen Downslagen zijn slagen die een partnership te weinig haalt. Als bijvoorbeeld in een 4S-contract slechts 8 slagen behaald worden, is dit partnership 2 down. Downslagen kosten normaal gesproken 50 punten als de leider niet kwetsbaar is en 100 punten als de leider wel kwetsbaar is (voor kwetsbaarheid zie onder). Als het contract ge(re)doubleerd is kosten downslagen meer.
kwetsbaarheid Een partnership is kwetsbaar of niet kwetsbaar (er zijn dus vier mogelijkheden: niemand kwetsbaar, NZ kwetsbaar, OW kwetsbaar of allen kwetsbaar). Als men kwetsbaar is zijn manche- en slempremies hoger, maar kosten downslagen ook meer. In een bepaalde variant, het robberbridge, wordt men kwetsbaar zodra eenmaal een manche gehaald is. Deze variant wordt echter nauwelijks meer gespeeld, en in moderne wedstrijdvormen is de kwetsbaarheid per spel aangegeven.
doubleren en redoubleren Een contract wat door de tegenpartij geboden is kan gedoubleerd worden. Resultaat hiervan is dat de punten voor behaalde slagen en verdubbeld worden. Ook downslagen leveren globaal het dubbele op. Eventuele overslagen zijn veel meer waard dan gebruikelijk. Manchepremies worden aan een gemaakt ge(re)doubleerd contract toegekend als het aantal geboden slagen na de verdubbeling (of verviervoudiging) minstens 100 bedraagt. Een gedoubleerd gemaakt 2H-contract levert dus een manchepremie op, aangezien er nu 60 punten per slag (totaal 120) worden toegekend in plaats van 30. De manchepremie wordt niet hoger dan normaal.
plus- en minpunten Wat de ene partij plus scoort, krijgt de andere partij in de min, en vice versa.
Moderne biedsystemen voorzien ook in methodes om met zwakke handen (weinig hoge kaarten, maar wel speelkracht in bepaalde kleuren) aan het bieden mee te doen, om het de tegenpartij (met veel hoge kaarten in handen) lastig te maken. De hoop is dat ze dan niet in het juiste contract terechtkomen, of dat de eigen partij een goed redbod vindt.
In Nederland is het meest gebruikelijke systeem ACOL en diverse daarvan afgeleide systemen. Net als het Amerikaanse Standard American is het een zogenaamd natuurlijk systeem, wat wil zeggen dat de belangrijkste biedingen (in het bijzonder openingen van 1 in een kleur) biedingen zijn die enige sterkte en lengte in de geboden kleur aangeven. Een andere belangrijke groep systemen zijn de sterke klaver-systemen, waarvan Precisie de belangrijkste is. Hierbij geeft een opening van 1 klaver een willekeurige sterke hand aan, ongeacht de lengte van de klaveren. De andere 1-openingen zijn daardoor zowel naar boven als naar beneden in sterkte begrensd.
Hiernaast zijn er nog specifieke biedconventies, waarbij een bepaald bod een specifieke, meestal niet-natuurlijke, betekenis heeft. De bekendste conventies zijn Stayman, Blackwood en Jacoby transfers.
In Nederland is Biedermeier in opkomst, een op ACOL gebaseerd biedsysteem, dat door de Nederlandse Bridge Bond wordt ondersteund. Biedermeier is in drie moeilijkheidsgraden beschikbaar: Groen voor de beginnende bridger, Blauw voor de meer ervaren clubbridger en Rood voor de gevorderde competitiespelers.
In 1993 won het Nederlandse herenteam de Bermuda Bowl, het wereldkampioenschap viertallenbridge. In 2000 behaalde het damesteam de Venice Cup, de vrouwelijke tegenhanger van de Bermuda Bowl. In 2005 won het Nederlands team de open Europese Kampioenschappen.
Bridge | Denksport | Kaartspel
Бридж | Bridge | Bridge (Kartenspiel) | Contract bridge | Briĝo | Bridge | Bridge | ברידג' | Bridzs | Bridge (gioco) | コントラクトブリッジ | Bridge | Brydż | Bridge | Bridge | Бридж | Contract bridge | Bridge | Briç | Бридж | 橋牌