Braden is het proces waarbij een product - veelal vlees, gevogelte, kip, kalkoen,wild, maar ook wel aardappelen, vis en schaaldieren - een juiste gaarheid en een krokante baklaag krijgt, door de zogenaamde Maillardreactie. Voor het braden schroeit men het vlees dicht, zodat de vleessappen behouden blijven.
Het product wordt eerst een korte tijd gebakken in een hete braadpan, zodat het snel dichtschroeid. Hierbij wordt boter of olie gebruikt. Dichtschroeien kan men ook doen door het product een kwartier in een hete oven van zo'n 240 °C te braden, dit is handig bij grote stukken vlees. Vervolgens wordt het product in een voorverwarmde oven verder gegaard. De exacte temperatuur die de oven moet hebben is afhankelijk van de grootte van het product. Mager vlees (bijvoorbeeld rosbief) kan het best worden afgedekt om uitdrogen te voorkomen. Dit kan worden gedaan met een lapje niervet, maar men kan ook gebruik maken van de braadzak. Vetter vlees wordt doorgaans met de vetrand naar boven in de braadslede gelegd. Om het vlees extra smaak te geven kan de braadslede gevuld worden met water en kruiden of met bouillon. Voor elke 100 gram vlees kan zo'n 3 minuten braden gerekend worden. Tijdens het braadproces wordt het vlees meerdere malen bedruipt met het braadvocht uit de braadslede, dit om uitdroging te voorkomen. Deze handeling wordt ook wel arroseren genoemd.
Een alternatief voor de braadzak dat ongeveer hetzelfde effect geeft, is het vlees in aluminiumfolie wikkelen.
Het vlees moet ook hier worden dichtgeschroeid, door het dicht bij het vuur te plaatsen of het warmte-element op een hoge stand te zetten. Na het dichtschroeien verlaagt men de temperatuur door het vlees verder van het vuur te verwijderen of de stand van het warmte-element lager te zetten. Het braadvocht kan worden opgevangen en gebruikt om het product regelmatig te arroseren.