article

De bovenleiding wordt gebruikt voor de elektrische voeding van krachtvoertuigen. De elektrificatie heeft een zeer grote invloed gehad op de ontwikkeling van het openbaar vervoer.

Elektrificatie met bovenleiding heeft als voordeel ten opzichte van de derde rail dat het elektrocutiegevaar klein is, omdat de draden hoog boven het spoor of de weg gespannen zijn. Een nadeel van bovenleiding is de storingsgevoeligheid die veroorzaakt wordt door storm en aanrijdingsgevaar met te hoge vrachtwagens.

Trein


Hollandsche Rading 17juni2006 003.jpg De bovenleiding bestaat uit een of twee rijdraden, waar de stroomafnemer de stroom aan onttrekt. Om de stroomafnemer gelijkmatig te laten afslijten, wordt de rijdraad met een lichte zigzag boven het spoor gespannen. Boven een recht stuk spoor in Nederland is die afwijking telkens 33 centimeter uit het midden naar links of naar rechts. Met gewichten aan begin en aan het eind van een bovenleidingsectie wordt het uitzetten van de koperen rijdraden opgevangen, zodat de bovenleiding altijd strak gespannen is. Op deze manier is ook bij hoge snelheden een goed contact tussen stroomafnemer en rijdraad mogelijk. Op baanvakken waar sneller dan 140 km/h mag worden gereden, is het noodzakelijk dat ook de draagkabel met gewichten beweegbaar wordt afgespannen. In Nederland is een bovenleidingsectie maximaal 1750 meter lang.

Bij lage bovenleidingspanningen zoals in België en Nederland, is er sprake van een grote elektrische stroom en gebruikt men meestal twee rijdraden om de elektrische weerstand te beperken. Bij hoge spanningen volstaat een enkele rijdraad. Bij bovenleidingen voor 25 kV is er ook vaak een feederkabel aanwezig die in tegenfase staat met de bovenleiding. De bovenleiding voor treinen wordt overal in Nederland en bijna overal in België opgehangen in kettingophanging. De rijdraden worden dan met verticale hangdraden aan de draagkabel opgehangen. Bij de Belgische spoorwegen en bij de 1500 volt-bovenleiding in Frankrijk wordt vaak gebruik gemaakt van een extra draagkabel vlak boven de koperen rijdraden, de zogenaamde compound-bovenleiding. Ongeveer elke 70 meter worden de draagkabels bevestigd aan bovenleidingsportalen. In Nederland loopt er boven de draagkabel nog een extra kabel (versterkingsleiding) om de elektrische weerstand te verkleinen. In Nederland is het totale koperoppervlak van de vier doorgaande leidingen 500 mm²:de twee rijdraden zijn ieder 150 mm² en de draagkabel en de versterkingsleiding zijn beide 100 mm².

In Nederland hangt de bovenleiding van de trein meestal op 5,00 meter hoogte. De minimale hoogte is zo'n 4,90 meter. De Zoetermeer Stadslijn vormt een uitzondering met een bovenleidinghoogte van 4,65 meter.

In Nederland onderscheidt men 3 bovenleidingsystemen:

  • Systeem B1: het oude bovenleidingsysteem voor 1,5 kV
  • Systeem B4: een bovenleidingsysteem dat geschikt is voor 1,5 kV en voor 25 kV is voorbereid; wordt o.a. gebruikt op het baanvak Boxtel - Eindhoven en Utrecht - Amsterdam Bijlmer. Ook op veel andere plekken, waar de bovenleiding wordt vernieuwd, wordt B4 gebruikt. Bij 1,5 kV wordt een extra kabel die over de koppen van de bovenleidingmasten gaat, gebruikt als versterkingsleiding. Bij 25 kV wordt deze kabel die in tegenfase met de bovenleiding staat, gebruikt om de elektromagnetische compatibiliteit (EMC) van het 25kV-systeem te verbeteren.
  • Systeem B5: dit is alleen geschikt voor 25 kV en wordt bijv. op de Betuweroute toegepast.

Tram (pantograaf)


Bij trams worden de rijdraden vaak direct met spandraden naar masten aan de kant van de straat of aan rozetten in gevels van de huizen afgespannen. Omdat de bovenleiding niet met gewichten afgespannen kan worden, hangen de bovenleidingen van trams tijdens warme zomers slap en neemt de kans op een kapotgetrokken bovenleiding toe. Kettingophanging komt ook veel voor in Nederland bij sneltrams en bij stadstrams vaak buiten het centrum. In België komt kettingophanging alleen bij de overblijfselen van het streektramnet aan de Vlaamse Kust en rondom Charleroi voor. Omdat een tram minder stroom nodig heeft, volstaat één rijdraad. Alleen de sneltram in de provincie Utrecht heeft er twee.

Trolleybovenleiding (trolleybus en tram)


Trolleybovenleiding.jpg

Trolleybovenleiding is tweepolige bovenleiding, nodig bij de trolleybus omdat er geen rails zijn om de stroom af te voeren. Deze wordt ook bij sommige trambedrijven toegepast zoals in Napels waar de trams trolleystangen hebben. In Brussel hangt ook trolleybovenleiding, ondanks de overstap van trolleystang naar pantograaf enkele decennia geleden.

Trolleybovenleiding wordt net als de bovenleiding van trams met spandraden naar masten en rozetten in gevels afgespannen. De bevestiging aan de spandraden is anders omdat het sleepcontact van de trolleystang om de draad moet kunnen grijpen. De meeste trolleybovenleidingen zijn van het type Kummler+Matter. Kummler+Matter bovenleiding wordt toegepast in Arnhem bij de trolleybus en in Brussel nog steeds bij de tram.

Zie ook: Trolleystang

Zie ook


Spoorweg | Railinfrastructuur | Tram

Oberleitung | Overhead lines | Supertraka kontakta linio | Catenaria (ferrocarril) | سیم بالاسر | Caténaire | 架線 | Przewody trakcyjne | Kontaktledning | 高架電纜

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Bovenleiding".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld