Kievitsbloem.jpg De bloem brengt de voortplantingsorganen bij elkaar van een plant, of precieser: bloemen zijn kenmerkend voor planten die tot de stam Angiospermae of Magnoliophyta (bedektzadigen of bloemdragende planten) behoren. Deze plantengroep omvat zeer uiteenlopende planten, van het nederige straatgras tot de omhoogrijzende paardenkastanje.
Bloemen kunnen allerlei vormen en kleuren vertonen en zijn om die reden al sinds mensenheugenis geliefd als decoratie in huis en tuin. Bloemen vormen echter ook een belangrijk middel om plantensoorten te herkennen.
De bloem is eigenlijk een scheut opgebouwd uit een stengelstuk met bladeren. De leden van het stengelstuk groeien niet uit en vormen de bloembodem. De bloembodem is dus een niet gestrekt stengelstuk.
Bij de aardbei is de bloembodem vlezig en vormt de uiteindelijke vrucht, eigenlijk een schijnvrucht.
In een bloemknop zijn de onderdelen op dezelfde wijze aangelegd als in een bladknop. De bloemdelen staan in kransen, die op de bloembodem zijn ingeplant. De bloemdelen kunnen gewoon of spiraalsgewijs ingeplant staan.
De volgende bloemdelen kunnen worden onderscheiden:
Het volgende schema laat zien hoe de bloem is opgebouwd uit de bloemdelen.
| Flor.png |
bloemsteel (9) |
| bloembodem (3) |
| kroonbladen ook wel bloemblad genoemd (petalen)(5) en kelkbladen (sepalen)(8), samen de bloemkroon (perianth) |
| meeldraden (androecium) bestaande uit helmdraad en helmhokjes (4) |
| stamper (7) - bestaande uit stijl (1) en stempel(6) |
| vruchtbeginsel (gynoecium)(2) |
Niet alle onderdelen zijn bij elke bloem aanwezig. Sommige bloemen hebben geen kelkbladen of geen bloembladen (Noorse esdoorn), of zelfs in het geheel geen kelk- of bloembladen (bijvoorbeeld wilgekatjes. Ook kunnen de bloembladen ontbreken, maar zijn er wel gekleurde kelkbladen, zoals bij de kievitsbloem en de bosanemoon.
Soms is een bijkelk (epicalyx), een krans van kelkachtige blaadjes, aanwezig, die echter niet tot de kelk behoren. Een voorbeeld hiervan is de bijkelk van Muskuskaasjeskruid, die bestaat uit drie lijn- tot lancetvormige blaadjes.
Een bloem, die òf stampers òf meeldraden (maar niet beide) heeft, is een éénslachtige bloem. Een bloem met alleen één of meer stampers is een vrouwelijk bloem; een bloem met alleen meeldraden is een mannelijke bloem. Bij windbestuivers zijn de bloemen vaak éénslachtig.
Een tweeslachtige bloem heeft zowel stampers als meeldraden.
Om de bouw van een bepaalde soort bloem op een beknopte wijze weer te geven wordt de bloemformule gebruikt aangevuld met het bloemdiagram.
Bloemen kunnen enkelbloemig, halfgevuld en gevuld zijn. Als er twee kransen van bloembladen zijn, wordt van halfgevuld gesproken. Zijn er meer dan twee kransen van bloembladen dan wordt van gevuldbloemig gesproken.
De pioenroos is een voorbeeld van extreem gevulde bloemen. De roos, als snijbloem, is ook een duidelijk voorbeeld van een gevuldbloemige. Er zijn ook enkelbloemige variëteiten van de roos, die wel in tuinen worden aangeplant. Er is ook een oud enkelbloemig ras 'Sepharin Drouin' dat heerlijk geurt en stekelloos is. De hondsroos is een enkelbloemige wilde roos.
De meeldraden kunnen op diverse manieren opgesteld staan:
De binnenste krans heeft één of meer stampers opgebouwd uit één of meer vruchtbladen (carpel) en vormt het vruchtbeginsel (gynoecium) met stijl en stempel. Ook kunnen er één of meer honingklieren (nectarium) aanwezig zijn.
Op de foto van de kievitsbloem (Fritillaria meleagris), boven, zijn twee bloembladen en een meeldraad verwijderd om een beter zicht te krijgen op de bloemonderdelen.
Er zijn verschillende barrières tegen kruisbevruchting tussen soorten. Deze kunnen door de bouw van de bloem komen, maar er zijn ook genetische barrières. Deze kunnen sporofytisch of gametofytisch van aard zijn. Gametofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel en het genotype van de moeder, waardoor de stuifmeelbuis al of niet kan uitgroeien. Sporofytisch: de reactie van het stuifmeel hangt niet af van het genotype van de haploïde kernen van het stuifmeel maar van het genotype van de vader en het genotype van de moeder. Eenslachtige bloemen aan aparte vrouwelijke en mannelijke planten geeft doorgaans een zeer goede bescherming. Geranium_macrorrhizum_ongelijke_rijping_stempel_meeldraad.jpg Ook tweeslachtige bloemen kunnen kruisbevruchting tegen gaan, doordat het stuifmeel en de stamper niet tegelijk rijp zijn, zoals bij Geranium macrorhizum of doordat de helmhokjes van de meeldraden ver van de stamper verwijderd zijn. Plantensoorten die afhankelijk zijn van bestuiving door insecten of dieren hebben hun bloemen daarop aangepast door felle kleuren, nectarproductie en/of sterk geuren. Bij bestuiving door insecten is vaak sprake van een speciale bloemvorm, waardoor bezoekende insecten gemakkelijk met stuifmeel in aanraking komen. Ook hebben bloemen soms een ingewikkelde bouw waardoor alleen een specifiek insect de bloem kan bestuiven, of lijken de bloemen op het betreffende insect waardoor het insect wil paren en zo de bloem bestuift. Als voorbeeld van bestuiving door dieren is de kolibrie zeer bekend. Door de speciale bouw kan de kolibrie in de lucht stil blijven hangen.
Hazelnoot_bloeiend.jpg Op de foto de mannelijke bloeiwijze van de hazelnoot. Door de langwerpige, open vorm van de bloeiwijze wordt het stuifmeel makkelijk door de wind meegenomen.
De kroon kan regelmatig (eendagsbloem) of onregelmatig (Zingiber) zijn. Zijn beide helften bij een onregelmatige kroon gelijk dan wordt er van een zygomorfe kroon (Zingiber, erwt) gesproken. De kroonbladen kunnen vrij of vergroeid zijn. Vergroeide kroonbladen kunnen trechtervormig (aardappel), radvormig (Phlox), klokvormig (haagwinde), kroesvormig (dopheide), buisvormig tabak), tweelippig (witte dovenetel) of lintvormig (composietenfamilie) zijn. Ook kunnen de kelk- en kroonbladen (wilgekatjes) of alleen de kroonbladen (iep) ontbreken.
Bloemen die dit vermogen wel hebben openen zich s'ochtends na het opkomen van de zon en sluiten s'avonds. Ook bij regenachtig weer zijn deze bloemen veelal gesloten. Aan de onderkant van de kelk en bloembladen, bij de aanhechting op de bloembodem, zit een zogenaamd scharnier dat deze bewegingen mogelijk maakt.
མེ་ཏོག་ | Flor | Květ | Blomst | Blume | Flower | Floro | Flor | Fleur | Flor | פרח | Bunga | Floro | Fiore | 花 | 꽃 | Flos | Žiedas | Xōchitl | Blome | Kwiat | Flor | Цветок | Flower | Cvet | Kembang | Blomma | ดอกไม้ | Квітка | 花 | Hoe
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Bloem (plant)".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world