Bloed bestaat voornamelijk uit bloedcellen (45%) en bloedplasma. Er bestaan verschillende soorten bloedcellen:
- witte bloedcellen: leukocyten, deze worden onderverdeeld in monocyten, lymfocyten, granulocyten
- Deze spelen evenals rode bloedcellen een belangrijke rol in het menselijk afweersysteem, ze beschermen het lichaam tegen infecties. Ze doden bacteriën. Er zijn witte bloedcellen die antistoffen op een bacterie zetten, zodat deze kan worden opgegeten en witte bloedcellen die ze dan in hun lichaam opnemen. Witte bloedlichaampjes kunnen door de wand van bloedvaten heenkruipen en overal in het lichaam ziekteverwekkers aanvallen. Bij deze 'gevechten' gaan vele witte bloedcellen te gronde, die meteen worden vervangen door de aanmaak van nieuwe bloedcellen in het rode beenmerg. Wanneer er teveel witte bloedlichaampjes worden afgebroken en te weinig worden aangemaakt kunnen mensen allerlei infectieziekten zoals longontsteking veel gemakkelijker krijgen; aids-patiënten hebben daar bijvoorbeeld mee te kampen. Witte bloedcellen (middellijn ca. 9 µm) kunnen allerlei vormen aannemen. Elke milliliter bloed bevat ca. 4-10 miljoen witte bloedcellen, ofwel 4,0 - 10,0 miljard per liter.
- Bijna 45% van ons bloed bestaat uit rode bloedlichaampjes, heel kleine ronde schijfjes, aan beide kanten wat ingedeukt. De middellijn van elk schijfje is maar 7 µm. Per liter bevat het bloed van een man ca. 5.400.000.000 (5,4 miljard) rode bloedcellen; vrouwen hebben er iets minder: ca. 4.800.000.000. Iedere seconde worden er ca. 2,4 miljoen afgebroken, maar ook weer nieuw aangemaakt, eveneens door het beenmerg. Rode bloedcellen kunnen zuurstof opnemen om dit vervolgens te brengen naar de cellen die zuurstof nodig hebben, zodat daar oxygenatie kan plaatsvinden. Dit doen ze door gebruik te maken van de rode kleurstof hemoglobine.
- De kleine bloedplaatjes (middellijn 2-3 µm, ca. 300.000.000/l) zijn geen echte cellen. Maar ze spelen een belangrijke rol bij de bloedstolling. In een wond gaan de plaatjes stuk, waardoor er een stof uitkomt die fibrinogeen (een in het bloed opgeloste stof) laat stollen waardoor er een netwerk van fibrinevezels in de wond ontstaat. Daar blijven andere bloedcellen in hangen, en zo ontstaat er een afsluitend korstje (roofje), bestaande uit opgedroogde (geronnen) bloedplaatjes. Bovendien dichten bloedplaatjes eventuele gaatjes in de aders.
Cel
Blodlegeme | Blood cell | Verisolu | Cellule sanguine | תא דם | Blodlekam | Blodcelle | Célula sanguínea | Крвна ћелија | Blodkroppar | 血细胞