article

De suborde Mantodea vertegenwoordigt de bidsprinkhanen (Mantidae). Het is een suborde die valt onder de orde Dictyoptera, klasse insecten.

Algemeen


Bidsprinkhanen danken hun naam aan het Griekse woord Mantis, dat profeet of waarzegger betekent. Ze onderscheiden zich van de krekels en sprinkhanen (Orthoptera) doordat ze carnivoor zijn, nauwelijks kunnen springen en een totaal andere lichaamsbouw hebben, meestal opgericht in plaats van kruipend. Er zijn ongeveer 2500 soorten bidsprinkhanen, uit 400 geslachten en ze komen met name in de tropen voor. Alleen de 'gewone' bidsprinkhaan, (Mantis religiosa) komt algemeen in Europa voor, tot ongeveer de breedtegraad van Parijs, en rond de Middellandse Zee zijn nog enkele andere soorten te vinden. Bidsprinkhanen zijn zonder uitzondering carnivoor en kennen zelfs kannibalisme. Ze eten alles wat ze aankunnen, en hebben hagedissen en vogels als voornaamste vijanden. De meeste soorten zijn acht tot twaalf centimeter, de kleinsten 2,5 cm en de grootste soort (Ischnomantis sp.) word 17 cm.

Anatomie


Het hele lichaam van de dieren is er op gebouwd zo efficiënt mogelijk te kunnen jagen;

  • ze hebben wijd uit elkaar staande poten, waarmee ze stabiel zijn, snel kunnen lopen en ook lenig kunnen 'schommelen' om vijanden te foppen;
  • Het voorste thoraxsegment (prothorax) is ten opzichte van de meeste andere insecten sterk verlengd, waardoor de reikwijdte van het dier met de vangarmen, ten opzichte van de poten waarmee het zich aan de onderlaag vasthoudt, toeneemt.
  • aan de prothorax twee lange en sterke vangarmen met daaraan vele stekels om de prooi goed vast te houden;
  • een grote, driehoekige, kop met grote ogen en twee voelsprietjes, die meestal klein blijven. Deze kop heeft veel weg van het bekende (simpele) alien-logo.
mantis.jpg, nog zonder vleugels, uit Italië]] Deze kop is volledig draaibaar en kan alle kanten op bewegen zodat het dier letterlijk over de schouder kan kijken. Het gezichtsveld van een bidsprinkhaan is heel ver, zijn ogen functioneren ook als verrekijkers waarmee hij hoogte en diepte kan uitmeten. De bidsprinkhaan kan alleen bewegende insecten zien, als ze stilzitten neemt de bidsprinkhaan ze niet waar. De meeste bidsprinkhanen hebben twee paar vleugels en kunnen wel vliegen, maar doen dat liever niet en alleen bij noodzaak zoals een val uit een boom. Bovendien is vliegen gevaarlijk: ze zijn niet erg snel, de vleugelspanwijdte van een middelgrote bidsprinkhaan evenaart bijna die van een vogel, en ze hebben onder de groene schildvleugels vaak felle schrikkleuren, zodat ze een makkelijke prooi zijn voor vogels. Deze schrikkleuren dienen om vogels op het laatste moment een waarschuwingskleur (rood, blauw of geel) te laten zien, in de hoop dat de aanval gestaakt wordt. Tegen roofdieren (vogels) is wegvliegen ook niet effectief, omdat ze eenmaal ontdekt door een jagende vogel geen kans meer maken. Het abdomen van een bidsprinkhaan kan enorm groot worden; net zo groot totdat het dier te zwaar is om zich nog te bewegen. Bidsprinkhanen moeten het vooral van hun camouflage hebben.

Camouflage


Bidsprinkhanen zijn zeer goed gecamoufleerd en bewegen zich zo min mogelijk. Als ze bewegen waggelen de dieren zachtjes met de poten zodat ze meer op een door de wind bewogen takje lijken. Ze zitten de hele dag te wachten op langslopende prooi die dan met een snelle beweging door de vangarmen wordt gepakt en meteen opgegeten, een bidspringhaan knauwt de prooi op en begint bij de kop. Te grote prooien laat hij lopen, en poten en vleugels worden niet gegeten. Sommige soorten zijn meesters in mimicry en imiteren zowel vorm (takjes, bladeren, doorns) als kleur (sommige hebben precies de roze of wite kleur van de bloemen waar zij bij voorkeur in zitten). Het is vaak moeilijk om een bidsprinkhaan in het wild waar te nemen; zelfs als ze vlak onder de neus zitten worden ze vaak over het hoofd gezien.

Gecamoufleerde_bidsprinkhaan.jpg

Voortplanting


Bidsprinkhanen staan erom bekend elkaar op te eten, de reden is waarschijnlijk dat ze alleen maar kunnen waarnemen dát er iets beweegt van prooi-grootte, en ze zien niet wát er beweegt. Het bidsprinkhanenmannetje, dat vaak kleiner is dan het vrouwtje, moet het vrouwtje daarom voorzichtig benaderen om in plaats van als partner niet als maaltijd te worden gezien. Het komt ook wel voor dat hij tijdens de paring wordt opgegeten. Dit gedrag heeft de bidsprinkhaan bij antropomorfisch denkenden een slechte naam bezorgd. Het vrouwtje legt haar eitjes (enige tientallen tot honderden) in een soort cocon (oötheca) van hardwordend schuim. De nimfen, die slechts vleugelstompjes hebben, maar verder het kleine evenbeeld van hun ouders zijn, hebben vanaf de geboorte al levend voer nodig; kannibalisme komt veel voor, net zoals bij spinnenjongen. De nimfen vervellen 7 á 10 keer voordat het een imago wordt, dan leven bidsprinkhanen nog slechts enkele weken; na de eileg sterven ze. Tijdens de vervelling zijn de dieren zeer gevoelig voor vijanden, meestal trekken ze zich terug onder een blad.

Huisvesting


Bidsprinkhanen zijn leuke dieren om te houden in een terrarium; het zijn bekende beginnersdieren. Als men een hagedis, slang of schildpad wil aanschaffen, kan men 'oefenen' met een bidsprinkhaan. Ze zijn moeilijker te houden dan wandelende takken, want ze hebben wel een terrarium met verlichting nodig en dienen vochtig te worden gehouden, maar hebben verder niet al te veel verzorging nodig. Hopen poep, talloze ziektes, parasieten, ontsnappingsgevaar, gillende paargeluiden, stress, kalk- en vitaminenproblemen en UV-behoefte kennen bidsprinkhanen namelijk niet. Alleen het levende voer wordt lastig als men in de stad woont, maar is bij dierenspeciaalzaken wel te verkrijgen. Empusa-soorten zijn overigens niet-kannibalistisch en in groepen te houden. Nimfen zijn de eerste zes vervellingen in een afgeknipte limonadefles te houden, met bijvoorbeeld een panty als afdekking. Het zijn vraatzuchtige roofdieren die een enorme voedselopslag kennen; grote spinnen en sabelsprinkhanen hebben echter ook grote kaken, en kunnen de sprinkhaan verwonden of zelfs doden.
De mooiste soorten behoren tot de spooksprinkhanen, die tot 20 cm kunnen worden en de meest wonderlijke vormen aannemen. Het interessante is dat ze bij iedere vervelling groter worden, maar er ook anders uitzien. Sommige blad-bidsprinkhanen lijken zo sterk op reuzenmieren, dat de mieren zelf niet door hebben dat er een roofdier in hun midden is.

Galerij


Afbeelding:bidsprinkhaan.jpg Image:Praying mantis feeding.jpg Afbeelding:Mantis1.jpg|Net een alien Afbeelding:Manthesoudan.jpg|Een Sudanese soort met een bizar uiterlijk Afbeelding:P8110616.JPG|Zuid-Frankrijk, www.bramvo.net

Insect

Fangheuschrecken | Praying mantis | Mantis religiosa | آخوندک | Mante religieuse | Maintis chrábhaidh | גמלי שלמה | カマキリ | Louva-a-Deus | Bönsyrsa

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Bidsprinkhanen".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld