Vlaanderen voegde zijn instellingen evenwel onmiddellijk samen, zodat er nog slechts één Vlaams Parlement en één Vlaamse regering is. Franstaligen behielden alle door hen gecontroleerde afzonderlijke verkozen volksvertegenwoordigingen en regeringen ('executieven').
België werd in oude tijden bevolkt door verschillende Keltische stammen, waarvan de Menapii de belangrijkste zijn. In de Romeinse tijd werden de Keltische stammen in het gebied tussen Noordzee, Rijn, Seine en Marne (Zuid-Nederland, België, Noord-Frankrijk en delen van West-Duitsland) samen aangeduid met het woord Belgae. Uit genetisch onderzoek blijkt echter dat de huidige Belgen niet afstammen van de Belgae. Het gebied maakte deel uit van de Romeinse Rijk alvorens in een aantal feodale staten tijdens de middeleeuwen werd verdeeld. Tijdens de middeleeuwen werd wat nu onder het huidige België verstaan wordt verdeeld tussen Frankrijk en het Duitse Rijk. De Schelde werd beschouwd als grens tussen de beide rijken. Het gebied van huidige België kwam in handen van de Habsburgers in de 15e eeuw (zie Habsburgse Nederlanden) en werd aan het einde van de 18e eeuw overgenomen door de Fransen. Na de nederlaag van Napoleon in 1815 ging België op in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden om zo een bufferstaat te vormen tegen Frankrijk. België werd in 1830 uitgeroepen tot een onafhankelijke constitutionele monarchie (zie ook: Omwenteling van 1830).
België werd bezet door Duitsland tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De spanningen tussen Nederlandstalige Vlamingen in het noorden en de Franssprekende Walen in het zuiden hebben de laatste jaren geleid tot constitutionele amendementen. Zo werd België een federale staat met 3 gewesten en gemeenschappen.(zie Staatsstructuur)
Demografie
Bevolking
Het Nederlands is de officiële taal in het Vlaams Gewest en samen met het Frans in Brussel, terwijl het Frans in Wallonië de officiële taal is, naast het Duits in enkele oostelijke gemeenten. De hoofdstad Brussel is tweetalig.
Bevolkingsstatistieken
Aantal inwoners: ruim 10,4 miljoen. Het Vlaams Gewest heeft met 6,0 miljoen het grootste aantal inwoners, gevolgd door het Waals Gewest met 3,4 miljoen en het Brussels Gewest met 1,0 miljoen inwoners. *
Statistieken over de geloofsopvattingen van de Belgische bevolking zijn over het algemeen onbetrouwbaar. De overgrote meerderheid van de Belgen is katholiek : naar gelang van de bronnen 60 tot 90 %. De rest is grotendeels agnost of vrijzinnig (ca. 28%), islamitisch (ca. 4%), protestants (ca. 1%) en joods (minder dan 1%). 5 tot 13 procent van de bevolking is praktiserend katholiek. Ongeveer 7% is niet verbonden aan een of andere levensbeschouwelijke gemeenschap.
Na een gelukte poging om België los te scheuren van Nederland en een mislukte poging om aan te sluiten bij Frankrijk (zie rattachisme), werd gekozen voor onafhankelijkheid met een koning aan het hoofd. Dit werd, onder Engelse druk, een vorst die verwant was aan het Britse koningshuis, Leopold van Saksen-Coburg-Gotha. Meteen werd geopteerd voor een constitutionele monarchie, en indertijd was de grondwet de liberaalste ter wereld. In de tweede helft van de 20ste eeuw evolueerde het politieke stelsel naar een particratischzuilenbestel.
In de eerste decennia van het nieuwe land was het bestuur (onder andere wegens het cijnskiesstelsel) vrijwel volledig Franstalig en elitair. Niettemin werden de eerste taalwetten reeds gestemd op het einde van de 19e eeuw. Hiermee werden de landstalen nog niet gelijkwaardig. Zo zorgde de onderwijswet van 1876 er voor dat het middelbaar onderwijs in Vlaanderen tweetalig werd, maar niet in Wallonië. Dit gelijkwaardig stellen gebeurde pas met de taalwet van 1932, toen het middelbaar onderwijs eentalig werd: Nederlands in Vlaanderen, en Frans bleef in Wallonië. De toepassing van de gelijke rechten van taalgroepen in overheid, scholing en rechtspraak verliep echter traag, onwillig en na vaak slechts na lang aandringen. Dit is mee de katalysator geweest voor een centrifugale beweging in het unitaire België. Die werd bij de oprichting van het studiecentrum Pierre Harmel in 1948 voor het eerste officieus erkend.
Het Belgische federalisme is ongewoon in die zin dat het tegelijk ook enkele sterke unitaire kenmerken vertoont (de openbare financiering is voor meer dan 90% unitair), en ook tweeledig-confederalistische (de politieke partijen richten zich quasi uitsluitend tot of de Vlaamse of de Franstalige gemeenschap; er bestaan slechts enkele zeer kleine nationale partijen ).
|
|-
|
|}
Langzamerhand meende men dat de tweeledige maatschappelijke structuur van België geen unitaire politieke structuur verdraagt. België werd een gedecentraliseerde staat, om in een vijftal staatshervormingen (in 1970, 1980, 1988-89, 1993 en 2001-2003) officieel in 1993 een federale staat te worden, in een soort dubbel federalisme.
Bovendien omvat België vier taalgebieden: het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied.
De Vlamingen fusioneerden onmiddellijk hun gewestelijke en gemeenschapsinstellingen. Ze hebben sindsdien 1 Vlaams parlement en 1 Vlaamse deelregering, beide met zetel te Brussel. De Franstaligen beslisten om hun afzonderlijke bestuursorganen (Waals, Brussels, Duitstalig, Franstalig en de lokale Franstalige gemeenschapscommissie in Brussel) gescheiden te houden. In het Brussels Hoofdstedelijk gewest zijn de Nederlandstalige en Franstalige gemeenschappen elk bevoegd voor de eigen gemeenschapsmateries.
De gewesten zijn vooral bevoegd voor territoriale materie (bijvoorbeeld economie, ruimtelijke ordening, openbare werken, milieu, ...). De gemeenschappen spitsen zich toe op culturele factoren (incl. sport, onderwijs en wetenschappelijk onderzoek) en de federale staat neemt de (grote) rest voor zijn rekening (defensie, buitenlandse zaken, economische en monetaire unie, pensioenen, ziekteverzekering, ...). Gewesten en gemeenschappen kunnen decreten of (in het Brussels Hoofdstedelijk gewest) ordonnanties uitvaardigen die kracht van wet hebben in het eigen gewest of de eigen gemeenschap. Een bijzonder rechtscollege, het Arbitragehof, waakt erover dat de wetgeving van de federale regering, de gemeenschappen en gewesten de bevoegdheidsverdeling tussen deze verschillende entiteiten eerbiedigt. Het Arbitragehof kan wetsbepalingen vernietigen die deze bevoegdheidsverdeling schenden.
Bepaalde aspecten van dit federalisme zijn minder verregaand dan de meeste andere federale staten (zo hebben de deelstaten weinig fiscale autonomie en minder dan 20% van de globale openbare uitgaven ), anderen gaan dan weer verder (ontbreken van normenhiërarchie). Heden is er in Vlaanderen een trend naar confederalisme toe. Vlaamse onafhankelijkheid geniet echter minder bijval. Een meerderheid van de Vlaamse partijen lijkt te kiezen voor hetzij een verder doorgedreven federalisme, hetzij een confederalisme . Een kleine Franstalige minderheid streeft naar aanhechting van Wallonië en Brussel bij Frankrijk.
De hoofdstad van Vlaanderen is Brussel, de hoofdstad van Wallonië is Namen. Brussel is ook de hoofdstad van Franse Gemeenschap. Deze laatste noemt zichzelf sinds kort ook 'Franse Gemeenschap Wallonië-Brussel'. De hoofdstad van de Duitstalige gemeenschap is Eupen.
Indeling
Het Vlaams Gewest (Vlaanderen) is ingedeeld in 5 provincies:
Aan het hoofd van elke provincie staat een gouverneur. De provinciale besturen hebben evenwel weinig gewicht. Hun bestaan wordt soms in vraag gesteld. Een van de taken van de provinciegouverneur is het coördineren van de hulpverlening bij rampen van grote omvang (bijvoorbeeld chemische ongelukken in de havens). Ook het besturen van belangrijke milieuzaken zoals kernenergie behoort tot zijn taken.
Geografie
Semois.jpg
Het terrein van België is grotendeels laagland, behalve de Ardennen in het zuiden. Door het land stromen de rivieren de Maas en de Schelde en een netwerk van kanalen. België is één van de dichtstbevolkte naties in Europa.
Historisch bestaat het land uit twee etnische en culturele gebieden, over het algemeen Vlaanderen en Wallonië genoemd.
De scheidingslijn loopt van oost naar west ruwweg iets ten zuiden van Brussel. De hoofdstedelijke agglomeratie zelf wordt door zowel Vlamingen als Franstalige Brusselaars bewoond. Deze laatsten zijn deels ingeweken Walen, deels verfranste Vlamingen.
Geografische statistieken
Totale oppervlakte: 32.545 km² waarmee België op de 136e plaats qua grootte staat.
In het uiterste oosten ook een klein stukje stroomgebied van de Rijn en in het zuiden van de provincie Henegouwen een stukje van het stroomgebied van de Seine.
Met het milieu van België is het erg slecht gesteld, op sommige vlakken zelfs de slechtste ter wereld. Dit komt mede doordat het een doorvoerpunt is voor de industrie in Europa (zowel op het land als op het water, door de zware industrie gebaseerd in België zelf, door de vervuilende omringende landen (Duitsland waaronder het Ruhr-gebied, Nederland, en Frankrijk), als door de zwakke aanpak van de regering.
Enkele voorbeelden:
Waterkwaliteit
Een van de slechtste landen ter wereld. Vooral in Antwerpen en Brussel is het slecht gesteld. Gelukkig is het water in Limburg van betere kwaliteit en in Wallonië is de waterkwaliteit het best.
Luchtkwaliteit
Een van de slechtste landen ter wereld, indien niet het slechtste. De luchtkwaliteit in Antwerpen, Brussel en omstreken, is even slecht als sommige streken in Duitsland, China, Noord-Oost-Amerika, en Zuid-Afrika. Door de hoge graad van luchtverontreiniging, bevat de lucht een grote hoeveelheid kankerverwekkende stoffen. In de rest van België, vooral in Wallonië, is het iets beter met de lucht gesteld omdat daar grotendeels bossen en landbouwvelden liggen.
Bodemverontreiniging
Door de industrie is de bodem sterk verontreinigd. Maar desondanks één van de betere punten in België op gebied van het milieu.
Economie
De economie van België is met name gebaseerd op de diensten, vervoer, handel en de industrie. De mijnbouw, die ondertussen is stopgezet, en de productie van staal, chemische producten en cement zijn geconcentreerd in de valleien van Samber en Maas, in de Borinage rond Bergen, Charleroi, Namen en Luik en in het Kempischsteenkoolbekken. Luik is een belangrijk staalcentrum. Reeds lang worden metaalproducten zoals bruggen, zware machines, industriële en chirurgische apparatuur, motorvoertuigen, werktuigen en munitie vervaardigd. De chemische producten omvatten meststoffen, kleurstoffen, geneesmiddelen en plastieken; de petrochemische industrie is geconcentreerd dichtbij de olieraffinaderijen van Antwerpen.
De Belgische industrie is zwaar afhankelijk van de invoer voor zijn grondstoffen. Het meeste ijzer komt uit het bassin van Lotharingen in Frankrijk, terwijl de non-ferro metaalproducten van ingevoerde grondstoffen worden gemaakt, waaronder zink, koper, lood en tin.
De uitvoer (handel) omvat ijzer en staal, vervoersapparatuur, tractoren, diamanten en aardolieproducten. De industriële centra zijn verbonden met elkaar en met de belangrijkste havens van Antwerpen en Gent door de rivieren de Maas en de Schelde en hun zijrivieren, door een netwerk van kanalen (in het bijzonder Albertkanaal), en door een uitgebreid spoorwegsysteem.
België heeft veel vruchtbare en goed bewaterde grond, hoewel de landbouw slechts een klein percentage van het aantal arbeidskrachten vertegenwoordigt. De belangrijkste gewassen zijn tarwe, haver, rogge, gerst, suikerbieten, aardappels en vlas. Rundvee en varkens evenals de zuivelproductie (vooral in Vlaanderen) zijn ook belangrijk. Het verwerkte voedsel omvat bietsuiker, kaas en andere zuivelproducten; bier en andere dranken worden ook vervaardigd.
De munteenheid is sinds 1 januari 2002 de gemeenschappelijke Europese munt euro (EUR) het enige wettelijke betaalmiddel. Voordien was dit de Belgische Frank (BEF). Deze was reeds sinds 1 januari 1999 gekoppeld aan de gemeenschappelijke Europese munt. (1 euro = 40.3399 BEF) Van 1926 tot 1946 is er ook als munt de Belga geweest. Deze benaming was niet populair en werd in 1946 afgeschaft.
Sedert de politiehervorming die in België werd doorgevoerd (WET 07/12/1998) bestaat er nog slechts 1 politiedienst, namelijk een "geïntegreerde politie gestructureerd op 2 niveaus". Deze 2 niveaus bestaan uit een federale politie en een lokale politie – die onderling communiceren via welbepaalde kanalen. De vroegere politiediensten (gemeentepolitie, gerechtelijke politie, rijkswacht, ...) werden alle afgeschaft.
Maar in absolute aantallen zijn de universiteiten van Gent en Leuven de belangrijkste voor Vlaanderen met beide meer dan 25.000 studenten. De UCL (Université catholique de Louvain) is de grootste Franstalige universiteit. Het land heeft ook talrijke muziek-, architectuur- en kunstscholen (de zogenaamde "academies").