Asfalt is een mengsel van steen, zand, lucht en vulstof dat met bitumen bij elkaar wordt gehouden. Bitumen is een visceuse vloeistof die van nature voorkomt in ruwe aardolie. Na fractionele distillatie kan het gescheiden worden van andere bestanddelen van de aardolie zoals nafta, benzine of diesel en blijft als zwaarste bestanddeel achter. Bitumen heeft de bijzondere eigenschappen dat het goed hecht en bij verwarmen dun vloeibaar is. Als het asfalt warm is kan het gemakkelijk in een vlakke stevige laag worden aangebracht. Na afkoeling is het hard.
Men moet bitumen niet verwarren met teer, een kunstmatig product verkregen via 'destructieve distillatie' van steenkool. Deze materialen classificeert men beide als materialen die oplosbaar zijn in koolstofdisulfide.
Van nature komt asfalt voor in asfaltmeren (zoals op Trinidad) en steenasfalt. Dit laatste is een mengsel van zand, leem en asfalt.
Asfalt wordt al lang gebruikt. De Mesopotamiërs maakten er baden waterdicht mee, de Feniciërs hun schepen, en de Egyptenaren legden asfaltblokken langs de Nijl om erosie te voorkomen. In 625 v.Chr. vinden we het eerste beschreven gebruik van asfalt als wegdek in Babylon. Ook de Grieken waren bekend met asfalt. Het woord is dan ook afkomstig van het Griekse ασφαλτος, dat "zeker" betekent. Ook de Romeinen gebruikten het als afdichtmateriaal, zowel voor hun baden en waterreservoirs als voor hun aquaducten.
Vanaf de 20e eeuw wordt asfalt vooral gebruikt in asfaltbeton, dat als wegdek moet dienen.
Materiaalkunde | wegbouwkunde | Asphalt | Asphalt | Chapapote | Asvaltti | Bitume | אספלט | Aspal | アスファルト | Asfalt | Asfalto | Асфальт | Asfalt | Nhựa đường