Wapen Frankrijk Provincie Artesië.png
Artesië (Frans: Artois) is een voormalig graafschap in Frankrijk en was één van de Zeventien Provinciën in de 16e eeuw. Het kerngebied is de streek rond Arras en het territorium kwam ongeveer overeen met het oostelijke en noordelijke deel van het huidige departement Pas-de-Calais. Het graafschap Artesië maakte even deel uit van de Bourgondische Nederlanden, maar werd dan, tot aan de Franse revolutie een zelfstandige Franse provincie. De hoofdstad van dit departement (en vroeger van het graafschap en de provincie) is Arras (Atrecht).
In 1180 geeft Filips van de Elzas Artesië als bruidsgift mee aan zijn dochter wanneer die huwt met koning Filips II August van Frankrijk. In 1223 wordt het een deel van het Franse kroondomein, maar al in 1226 laat koning Lodewijk VII het bij testament na aan zijn tweede zoon Robert als apanage, en in 1237 wordt het omgevormd tot graafschap met Robert (sindsdien Robert I van Artesië) als graaf. Door een reeks huwelijken en erfenissen komt Artesië in 1382 toe aan Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Artesië gaat met Vlaanderen over op Lodewijks dochter Margaretha van Male, die in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, in het huwelijk getreden was. Vanaf dat moment is Artesië opgenomen in het Bourgondische rijk en deelt voor enkele eeuwen dezelfde geschiedenis als de rest van de Nederlanden.
Zie ook: Lijst van Graven van Artesië
Artesië speelde een belangrijke rol aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Samen met Henegouwen nam Artesië het initiatief tot de zuidelijke Unie van Atrecht (Union d'Arras in het Frans). Ofschoon de Vlaamse en Brabantse steden de kant van de noordelijke Unie van Utrecht kozen, was de scheuring van de Nederlanden begonnen, met een noordelijk deel dat streefde naar onafhankelijkheid en een zuidelijk deel dat bij het Spaanse rijk wilde blijven.
Aan het eind van de Tachtigjarige Oorlog werd Artesië op de Spanjaarden veroverd door de Fransen, die hierbij vanwege de Franse sympathieën in de provincie weinig weerstand ondervonden. Bij de vrede van de Pyreneeën in 1659 werd Artesië definitief aan Frankrijk toegewezen. De provinciale structuren uit de Habsburgse tijd blijven behouden en worden bevestigd door Lodewijk XIV, wat Artesië een relatief gunstige situatie binnen het Franse koninkrijk oplevert.
De provincie Artesië wordt aan het einde van de 18e eeuw opgeheven bij de administratieve hervormingen tijdens de Franse Revolutie en gaat op in het departement Pas-de-Calais.
In de Eerste Wereldoorlog is er in de regio zwaar gevochten tussen Duitse en Canadese soldaten, vooral in het oostelijk deel. Een aantal dorpen en steden zijn daarbij grotendeels verwoest (bijv. Ablain-Saint-Nazaire, met een bewaarde ruïne van de oude kerk) en over de streek verspreid liggen talrijke soldatenkerkhoven (bijv. Notre-Dame-de-Lorette).
Het noordelijkste deel (rond Calais, Ardres, Audruicq en ten noordwesten van Sint-Omaars) stond bekend als Vlaams-Artesië en was het langst Nederlandstalig, in elk geval tot en met de Hoge Middeleeuwen en verspreid ook nog lang daarna. In dit gebied komen niet alleen toponiemen voor op -inghem of –inghen, die teruggaan tot de Karolingische periode, maar ook toponiemen op –hove, als Polincove (Polinkhove), Ostove (Oosthove, bij Audruicq) of –kerke, als Zutkerque (Zuidkerke), Nortkerque (Noordkerke), die teruggaan op de periode van de grote ontginningen in de 12e en 13e eeuw.
Meer naar het zuiden, rond Terwaan, werd in vroeger tijden eveneens op veel plaatsen Germaans (Oud-Nederlands) gesproken, maar hier heeft het romanisatieproces zich veel vroeger doorgezet. Men vindt er vooral nog toponiemen op de Germaanse uitgangen –inghem (bijv. Matringhem) en -hem (bijv. Dohem, Westrehem), of Gallo-Romeinse toponiemen met een Germaanse (Nederlandse) klankevolutie, bijv. plaatsnamen op -ecq(ues) (die teruggaan op –acum, en in een Romaanse klankevolutie anders –ai of –igny opgeleverd zouden hebben), bijv. Ecquedecques, Coyecques. Daarnaast zijn er in dit gebied ook veel plaatsnamen uit de periode van de grote ontginningen in de 12e of 13e eeuw of daarna, die zonder uitzondering Romaans (Frans) zijn.
Sommige oude Germaanse plaatsnamen hebben een Saksisch karakter en doen denken aan Engelse plaatsnamen, in het bijzonder de plaatsnamen op -incthun en –thun, bijv. Audincthun en Landrethun (vgl. Engelse plaatsnamen op –ton of –ingdon, bijv. Brighton, Abingdon).
Door de oude Nederlandse aanwezigheid hebben verschillende plaatsnamen een Vlaamse variant, zoals Kales (Calais), Abbekerke (Abbeville), Heusden (Hesdin), Heusdenne (Hesdenne of Hesdres), Heusdenaar (Hesdigneul), Leusden (Lesdain), Leusder'en (Lesdins), Sint-Kwintens (Saint-Quentin), Hosden (Houdain), Hosdent (Houdent), Sint-Omaars (Saint-Omer) of Bonen en/of Beunen/ Buenen (Boulogne). Andere voorbeelden zijn Zandgate (Sangatte), Witzande (Wissant), Blankenes (Blanc-Nez) en Zwartenes (Gris-Nez).
Voormalige provincie in Frankrijk | Historisch land in de Nederlanden | geschiedenis van Vlaanderen | Noord-Nauw van Calais
Artois | Artois | Artois | Artezo | Artois | Artois | Артуа | Artois