article

Arabische Israëliërs (ookwel genaamd Israëlische Arabieren, Palestijnse burgers van Israël en Palestijnen van 1948) is een term die gebruikt wordt om Arabieren die in Israël wonen of woonden te omschrijven.

De Arabische Israëliërs vormen 20% van de totale bevolking van Israël (2005). De meeste Arabieren in Israël zijn moslims (16% van de Israëlische bevolking), de anderen zijn christelijk of Druzisch (ieder minder dan 2%). Binnen de islamitische Arabieren is een subgroep van Bedoeïnen (2,5% van de Israëliërs). Arabieren in Israël beschouwen zich meestal als Palestijns, en soms als Israëlisch of beiden.

De meerderheid van de Arabische Israëliërs is in Israël geboren. Belangrijke Arabische concentraties zijn plaatsen in het oosten van de Sharonvlakte, langs Wadi Ara en in Centraal-Galilea, de oostelijke wijken van Jeruzalem (33% van de bevolking van de stad) en Bedoeïenen-plaatsen in de noordelijke Negev. De grootste Arabische stad in Israël is Nazareth met 62.000 inwoners, tweede is Umm al-Fahm met 38.600 inwoners (beiden in september 2003). Andere steden met een aanzienlijke Arabische minderheid zijn Haifa (9%), Tel Aviv (4%), Ramle, Lod, Akko en Ma'alot-Tarshicha.

Economie


De deelname in de arbeidmarkt van Arabische Israëliërs ligt in 2003 op 39%. Dat is lager van de joodse Israëliërs (inclusief "anderen"), op 57%. Bij mannen is de deelname gelijk (60%), met hogere deelname voor mannen van 15 tot 34 jaar en lagere deelname van 45 tot 64 jaar. Arabische vrouwen doen aanzienlijk minder mee aan de arbeidsmarkt (17% en 55% respectievelijk). Aan dit verschil dragen persoonlijke voorkeuren bij, tekort aan arbeidsopties en een verschil tussen de sexen in scholing, vooral bij de oudere generatie. Bovendien is de Arabische sector hard getroffen door de recessie in Israël; deelname van mannen aan de arbeidsmarkt was in 1989 nog 68% (62% bij de joodse mannen). De belangrijkste branche bij mannen is bouw (25%) en bij vrouwen onderwijs (38%).

Het bruto inkomen per uur voor Arabieren was in 2003 29,5 sjekel. Het gemiddelde inkomen van vrouwen lag hoger dan dat van mannen, 30,3 en 29,3 sjekel per uur respectievelijk. Het gemiddelde uurloon van de Arabische Israëliërs is 69% van wat joodse Israëliërs verdienen, 63% bij mannen en 82% bij vrouwen. Een van de reden voor het a-typische verschil tussen de sexen is dat een hoger percentage van de Arabische vrouwen dan van de Arabische mannen voor de overheid werkt. 76% van het houshoudinkomen komt van werk (77% bij joden) en 20% van uitkeringen (11% bij joden). Belangrijkste uitgave is voedsel (huisvesting bij joden). Dit verschil hangt samen met een aanzienlijk hoger eigendomspercentage over gezinshuisvesting bij Arabische Israëliërs (87% vergeleken bij 68% bij joden).

Juridische status


De Arabische Israeliers zijn burgers van de staat Israël sinds de oprichting in 1948. Van 1948 tot 1966 leefden de Arabieren in Israël onder militair bestuur. Via het militaire bestuur werden beperkingen op de bewegingsvrijheid, organisatie en publicaties opgelegd. In 1966, een jaar voor de Zesdaagse Oorlog, werd het militair bestuur opgeheven.

Daarvoor, in 1965, bestempelde de National Planning and Building Law retroactief gebieden waarop sommige Arabische dorpen of kampen zich bevonden als 'niet-bewoond'. De overheidsvoorzieningen in de 'niet-erkende Arabische dorpen' zijn beperkt en er mogen geen nieuwe huizen gebouwd worden. Voornamelijk de Bedoeïnengemeenschap werd getroffen door deze maatregel.

Tijdens de jaren ’70 en ’80 van de 20ste eeuw klaagden de Palestijnse burgers van Israël de ongelijke verdeling van gemeenschapsmiddelen aan en werd in 1976, na een golf van landconfiscaties in de Galilea-regio, een algemene staking gehouden. Bij protesten werden 6 Palestijnse burgers doodgeschoten.

Tijdens het uitbreken van de Al-Aksa-Intifada werd opnieuw een algemene staking gehouden door de Palestijnse burgers van Israël en werden 13 van hen doodgeschoten tijdens gewelddadige protesten. Hierop werd een juridische onderzoekscommissie opgericht die de feiten onderzocht en zowel persoonlijke als beleidsconclusies aan de regering voorlegde.

In 2000 oordeelde het Israëlische Hooggerechtshof in een zaak betreffende een familie van Arabische Israeliers, die in de nederzetting Katzir wensten te wonen, dat het de staat verboden is om via derde organisaties de toebedeling van land te discrimineren.

In juli 2001 oordeelde het Hooggerechtshof dat de Israëlische regering de positieve verplichting heeft om gelijke vertegenwoordiging van Arabische burgers te garanderen in publieke instellingen, meerbepaald deze waaraan beslissingsbevoegdheid werd toebedeeld.

Zie ook


Bekende Arabische Israëliërs


Bronnen


Externe links


Cultuur in Israël | Geschiedenis van Israël | Arabieren

عرب الـ48 | Israelische Araber | Arab citizens of Israel | Árabe israelí | Arabes israéliens | ערביי ישראל

 

This article is licensed under the GNU Free Documentation License. It uses material from the "Arabische Israëliërs".

Home Pageartsbusinesscomputersgameshealthhospitalshomekids & teensnewsphysiciansrecreationreferenceregionalscienceshoppingsocietysportsworld