De Algemene wet bestuursrecht (afgekort Awb) is een Nederlandse wet die de algemene regels bevat voor de verhouding tussen de overheid en de individuele burgers, bedrijven en dergelijke. Dit gebied heet het bestuursrecht.
In 1983 werd de Commissie algemene regels van bestuursrecht. Deze commissie bereidde de Algemene wet bestuursrecht voor.
Op 1 januari 1994 traden de eerste twee trances in werking. (De grotere stukken wetgeving waaruit de Algemene wet bestuursrecht is opgebouwd en waarmee ze nog wordt aangevuld duidt men aan met het begrip tranche.) Deze eerste twee tranches bevatten definities, normen voor overheidshandelen en procedures van besluitvorming en rechtsbescherming.
De derde tranche trad op 1 januari 1998 in werking. Deze tranche bevatte aanvullingen op bestaande hoofdstukken, bepalingen over beleidsregels en subsidies, en bepalingen over rechtshandhaving, bestuurlijk toezicht, mandaat en delegatie.
Soms wordt de Algemene wet bestuursrecht ook tussen de tranches door aangevuld op kleinere punten.
Met de Algemene wet bestuursrecht wilde men vier doelen bereiken:
Dit zijn bepalingen die zonder uitzondering voor het hele bestuursrecht behoren te gelden. Voorbeelden zijn artikel 6:12 en artikel 10:14 Awb. Bepalingen in bijzondere wetten en materiële wetten die met een dwingende bepaling uit de Awb in strijd zijn, moeten komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor bepalingen in de bijzondere wetgeving die hetzelfde voorschrijven als de dwingende Awb-bepalingen: zij worden overbodig.
In een enkel geval blijkt het noodzakelijk om toch een regeling te treffen die afwijkt van een dwingende Awb-bepaling. Dat kan alleen door een formele wet. Het is vast wetgevingsbeleid om zo'n afwijking aan te geven met de formule “in afwijking van artikel ... van de Algemene wet bestuursrecht” of “Artikel ... van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.” Dit soort afwijkingen moeten steeds nadrukkelijk gemotiveerd worden. Als een wet dus een bepaling of afhandelingswijze bevat die afwijkt van de Awb én bij de invoering van de Awb niet is ingetrokken of aangepast, dan gaat de bijzondere regeling vóór de algemene van de Awb.
De Awb kent veel bepalingen die moeten worden beschouwd als de beste hoofdregel voor normale gevallen. Deze bepalingen zijn herkenbaar aan de clausule “tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.” Een voorbeeld is artikel 4:52 lid 2 Awb.
In een enkel geval geeft de Awb nadrukkelijk voorrang aan de bijzondere wetgever. Het gaat dan om onderwerpen waarbij het door de variëteit aan situaties niet goed mogelijk is een algemene regel te geven, maar waarbij het wel wenselijk is om een regel te geven waarop kan worden teruggevallen als de bijzondere wetgever het onderwerp niet heeft geregeld. Een voorbeeld is artikel 4:44 lid 2 tot en met 4 Awb.
De Awb kent ook bepalingen die slechts gelden als dit uitdrukkelijk is bepaald – hetzij bij wettelijk voorschrift, hetzij bij besluit van het bevoegde bestuursorgaan. Een voorbeeld is afdeling 4.2.8 Awb.
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Algemene wet bestuursrecht".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world