De Achterhoek is een streek in het oosten van Nederland in de provincie Gelderland en beslaat het gebied tussen de IJssel in het westen, de Oude IJssel in het zuidwesten, de Duitse grens in het zuidoosten en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden. Het gebied komt ongeveer overeen met (is iets groter dan) het voormalige De Graafschap en wordt om die reden ook wel als zodanig aangeduid.
Ten zuidwesten van de Achterhoek ligt De Liemers die ook wel als een onderdeel van de Achterhoek wordt beschouwd maar wat in feite een andere streek is en ook nooit tot de Achterhoek heeft behoord.
In vroegere tijden verstond men onder de Achterhoek alles ten oosten van de rivier de IJssel waarbij zelfs Drenthe en gebieden in Duitsland waren inbegrepen. Later heeft men dit beperkt tot het gedeelte wat in de provincie Gelderland ligt.
De term 'Achterhoek' duikt reeds op in oude geschriften. Zo schreef dominee Willem Sluyter in de zeventiende eeuw:
En schoolmeester B.J. Stegeman (19e-20e eeuw) schreef:
De Achterhoek heeft als het Graafschap Zutphen een lange geschiedenis. Steden als Doetinchem, Doesburg, Bronkhorst en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. Zutphen dateert al uit de Romeinse tijd en Doetinchem wordt al in 838 genoemd. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heekeren. De Achterhoek kende dan ook tot in de 19e eeuw een feodale structuur. De families vochten een verwoede machtstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlog. Ook tijdens de Gelderse oorlogen en de Tachtigjarige oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het kasteel Heerenberg en de stad Groenlo is stevig gevochten.
Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie. Aan deze functie kwam eind jaren '40 een einde. Nadat de overheid in de tweede helft van de 19e eeuw door o.a. de aanleg van spoorlijnen redelijk in de streek investeerde en de Gelderse TramWegen (GTW) oprichtte, werd het gebied toegankelijker en nam naast de traditionele agrarische sector de industriƫle werkgelegenheid toe, alsook de recreatieve voorzieningen. Na de Tweede Wereldoorlog is de welvaart gestaag toegenomen.
In het Achterhoekse coulissenlandschap is veel en geschakeerd natuurschoon te vinden zoals op de Lochemse berg, in boswachterijen te Ruurlo, in de Slangenburg bij Doetinchem en in enkele veengebieden tegen de oostgrens met Duitsland. Het landschap rond Winterswijk is misschien wel het meest karakteristiek voor de Achterhoek. De Achterhoek is rijk aan kastelen en landhuizen.
Kerkelijk kenmerkt de Achterhoek zich door een sterke afwisseling van protestantse en katholieke dorpen (met de mate van onkerkelijkheid is geen rekening gehouden). In het midden is van zuidoost naar noordwest een baan van Dinxperlo, via Varsseveld, Zelhem naar Hengelo aan te wijzen van dorpen met vooral een protestante signatuur, terwijl in de Oost-Achterhoek, alsmede in het zuidwestelijk gedeelte, de dorpen van oudsher in meerderheid als overwegend katholiek zijn aan te duiden.
Doetinchem, Winterswijk en Zutphen zijn de grootste plaatsen in de Achterhoek. Doetinchem is met 56.000 inwoners veruit het grootst en wordt met al zijn voorzieningen ook vaak het centrum van de Achterhoek genoemd.
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Achterhoek".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world