Met het begrip aanpassing (ook wel adaptatie genoemd) wordt in de biologie iedere eigenschap bedoeld die de kansen van een organisme om zich voort te planten en zijn genen in een nieuwe generatie voort te brengen vergroot. Het gaat hier om zowel aanpassingen in de morfologie of de fysiologie als om aanpassingen in het gedrag. Vaak wordt met de term de aanpassing van levende wezens aan de milieusituatie, leefomgeving of klimaat bedoeld. Als hierbij wordt gedoeld op aanpassing op zeer lange termijn, zich uitstrekkend over meerdere generaties, spreekt men van evolutie. Omdat aanpassing een belangrijk verschil is tussen levende wezens en levenloze dingen, is het begrip fundamenteel in de biologie.
Levende wezens vereisen zuurstof uit de lucht en/of water om te overleven, maar gist, vele bacteriën, en sommige andere eenvoudige organismen verkrijgen de zuurstof die noodzakelijk is voor oxidatie uit moleculen van substanties waarin ze voorkomen. Verschillende dieren en planten zijn voor het vinden van hun voedsel en om te overleven in het algemeen aangepast aan de omgeving waarin ze voorkomen. Sommige algen en protozoën kunnen overleven in hete bronnen, terwijl sommige bacteriën in extreme kou of op chemische stoffen kunnen overleven. Cactussen kunnen hitte en droogte overleven, terwijl sommige vissoorten en andere aquatische dieren diep in de oceaan leven en zich hebben aangepast aan de enorme druk die daar heerst.
Dieren vertonen vele anatomische aanpassingen al naar gelang het gebied waar ze in voorkomen. Zo is het lichaam van een vis aangepast aan het leven over water; het lichaam van de vogel is geschikt om te vliegen; en landzoogdieren hebben ledematen die hen in staat stelt om vlug te lopen, te klimmen, te glijden en te springen. De walvis, een aquatisch zoogdier, is bestand tegen grote drukveranderingen in het water, waardoor het dier in staat is zowel aan de wateroppervlakte (waar de druk relatief laag is) als in diepe wateren te overleven. De snavels van vogels variëren in vorm en afmeting waarvolgens zij hun voedsel vinden. Vogels met een kromme grijpsnavel (bijv. de arend) zijn in staat te jagen op aquatische dieren of op kleine zoogdieren, terwijl vogels met een lange, puntige snavel (bijv. de kolibrie) hun snavel kunnen gebruiken om nectar uit bloemen op te zuigen. Weer andere vogels, zoals de lepelaar, hebben een platte, brede filtersnavel waarmee ze in moerassen en andere vochtige gebieden voedsel kunnen opslobberen. Veel dieren hebben een kleur die van pas komt bij de leefwijze (zie schutkleur). Veel insecten, zoals mieren en honingbijen, zijn aangepast om hun functie in een gemeenschap te kunnen verrichten.
Adaptation | Evolutionäre Anpassung | Adaptation | Adaptado | Adaptatsioon | Adaptation (biologie) | Adaptacija | Adaptação (biologia)
This article is licensed under the GNU Free Documentation License.
It uses material from the
"Aanpassing (biologie)".
Home Page • arts • business • computers • games • health • hospitals • home • kids & teens • news • physicians • recreation• reference • regional • science • shopping • society • sports • world